Actueel

Wisseling auto van de zaak en bijtelling privégebruik
Het blijft kennelijk lastig om in te zien wat de gevolgen zijn van het intrekken van een verklaring geen privégebruik auto in de loop van een kalenderjaar. Dat gebeurt nogal eens na een wisseling van auto. Ongeacht het aantal auto’s dat in een jaar ter beschikking heeft gestaan is de bijtelling voor privégebruik van toepassing wanneer meer dan 500 kilometer privé is gereden in dat jaar.
Een werknemer hield over de periode van 1 januari 2013 tot en met 28 april 2013 een sluitende rittenadministratie bij voor zijn auto van de zaak. Volgens de rittenadministratie heeft hij in deze periode in totaal 41 privékilometers gereden. Vervolgens verzocht hij om intrekking van de verklaring geen privégebruik, omdat hij na de wisseling van auto verwachtte meer dan 500 privékilometers te gaan rijden. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag loonheffingen op waarin rekening werd gehouden met de cataloguswaarde van de eerste auto.
Volgens de werknemer was de eerste auto niet ook voor privédoeleinden aan hem ter beschikking gesteld door de werkgever. In zijn optiek moesten de 41 privékilometers tegen de waarde in het economisch verkeer bij hem worden belast en moest de bijtelling voor de eerste auto achterwege blijven.
In de wet staat dat een auto geacht wordt ook voor privégebruik ter beschikking te zijn gesteld tenzij blijkt dat het privégebruik op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer bedraagt. De Hoge Raad heeft jaren geleden al geoordeeld dat een verbod op privégebruik van een auto geen rol speelt bij de vraag of aan de werknemer een auto ter beschikking is gesteld. De opvatting van de werknemer dat per auto bekeken moet worden of sprake is van privégebruik, volgt de rechtbank niet. De Hoge Raad heeft in 1997 al eens beslist dat bij gebruik van meerdere auto’s van de zaak in een kalenderjaar op jaarbasis moet worden bekeken of de kilometergrens is overschreden. In dit geval stond vast dat de werknemer in het kalenderjaar met de tweede auto meer dan 500 kilometer privé heeft gereden en dus gold de bijtelling voor het hele kalenderjaar. Hof Den Haag sloot zich in hoger beroep bij het oordeel van de rechtbank aan.
Overzicht:

Geen bezwaar mogelijk tegen beschikking einde fiscale eenheid btw
De omzetbelasting kent het begrip fiscale eenheid. Wanneer ondernemers in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zodanig zijn verweven dat zij een eenheid vormen, worden zij als een fiscale eenheid aangemerkt. Dat gebeurt bij voor bezwaar ... Lees verder »
Ontbinding via kantonrechter
Wanneer de kantonrechter in een procedure een arbeidsovereenkomst ontbindt, moet hij volgens de wet rekening houden met de geldende opzegtermijn. Deze termijn wordt verkort met de behandelduur van de ontbindingsprocedure. Vervolgens wordt de ontbindi... Lees verder »
Margeauto uitgangspunt BPM bij invoer
Bij de invoer van een gebruikte auto in Nederland moet BPM worden betaald. Over de heffing van BPM bij invoer zijn procedures gevoerd bij het Hof van Justitie EU. Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie EU is het belastingstelsel van een l... Lees verder »
Urencriterium voor de ondernemer
De inkomstenbelasting kent een aantal fiscale faciliteiten voor zelfstandige ondernemers. Deze faciliteiten zijn een belangrijke stimulans om als ondernemer te gaan werken. Om de toegang tot deze gunstige regelingen te beperken tot “echt... Lees verder »
BPM en bestelauto van de ondernemer
BPM is de Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen. Bij registratie, dat is de eerste tenaamstelling van het kenteken, van een auto moet BPM worden betaald. Dat geldt zowel voor een personenauto als voor een bestelauto.VrijstellingVoor e... Lees verder »

