Actueel

Sanctie op beheersdaden commanditaire vennoot
Een commanditaire vennootschap (CV) kent twee soorten vennoten: beherende vennoten en commanditaire vennoten. Beherende vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de CV. De aansprakelijkheid van de commanditaire vennoten is beperkt tot het bedrag van hun inbreng. Het Wetboek van Koophandel verbiedt commanditaire vennoten om beheersdaden te verrichten in de CV. Op overtreding van het beheersverbod stelt de wet als sanctie hoofdelijke aansprakelijkheid voor alle schulden van de CV.
De commanditaire vennoten van een CV hebben tijdens het bestaan van de CV twee keer een overeenkomst mede namens de CV ondertekend. De eerste keer betrof een huurovereenkomst, de tweede keer een huurbeëindigingsovereenkomst. Volgens de rechtbank en het hof hebben de commanditaire vennoten daarmee het beheersverbod overtreden. Het hof vond niet van belang dat de verhuurder wist dat hij met commanditaire vennoten te maken had. Volgens de Hoge Raad is de hoofdelijke aansprakelijkheid bedoeld als sanctie voor commanditaire vennoten die onduidelijkheid laten ontstaan over hun rechtspositie in de vennootschap. De strekking is om te voorkomen dat een commanditaire vennoot als een beherend vennoot namens de CV aan het handelsverkeer deelneemt en om derden die door een commanditaire vennoot in de veronderstelling worden gebracht dat zij te maken hebben met een beherend vennoot te beschermen. Naar het oordeel van de Hoge Raad heeft het hof ten onrechte geen rekening gehouden met de kennis van de wederpartij omtrent de status van de vennoten.
De Hoge Raad vindt de sanctie alleen gerechtvaardigd als deze evenredig is met de aard en ernst van de schending van de wettelijke voorschriften door de commanditaire vennoot. Als de omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de rechter oordelen dat de sanctie niet gerechtvaardigd is of beperkt moet worden tot bepaalde verbintenissen van de commanditaire vennootschap. De commanditaire vennoot, die met de sanctie wordt geconfronteerd, zal deze omstandigheden moeten aanvoeren en zo nodig bewijzen. Daarbij kan van belang zijn of bij derden redelijkerwijs een onjuiste indruk over de hoedanigheid van de commanditaire vennoot heeft kunnen ontstaan.
De Hoge Raad komt met dit oordeel terug van een arrest uit 1943, waarin is beslist dat niet van belang is of een wederpartij van de commanditaire vennootschap van de commanditaire hoedanigheid van de desbetreffende vennoot op de hoogte was of behoorde te zijn. Verder geldt dat de commanditaire vennoot enig verwijt van zijn handelwijze moet kunnen worden gemaakt. Wel hoort een commanditaire vennoot ervan op de hoogte te zijn dat hij geen daden van beheer mag verrichten.
Overzicht:

Internetconsultatie rulingpraktijk
De zogenaamde rulingpraktijk van de Belastingdienst staat al geruime tijd ter discussie. Een ruling is een afspraak tussen de Belastingdienst en een belastingplichtige waarin, voordat de aangifte is ingediend, zekerheid vooraf wordt gegeven over de f... Lees verder »
Vaste kracht ten onrechte ontslagen
Het Burgerlijk Wetboek geeft de werknemer de mogelijkheid om de kantonrechter te vragen om herstel van de arbeidsovereenkomst na de opzegging met toestemming van het UWV. De kantonrechter moet aan de hand van de Ontslagregeling toetsen of de beslissi... Lees verder »
Niet alle bezwaarschriften vermogensrendementheffing vallen onder massaal bezwaar
De staatssecretaris van Financiën heeft bezwaarschriften tegen de vermogensrendementheffing in de aanslag inkomstenbelasting 2017 aangemerkt als massaal bezwaar. Dat geldt slechts voor zover het gaat om de vraag of de belastingheffing in box 3 op re... Lees verder »
Buitenlandse btw terugvragen
Ondernemers, die in 2017 in een ander EU-land btw hebben betaald, kunnen deze btw terugvragen wanneer zij in dat land geen aangifte doen. Een verzoek om teruggaaf over 2017 moet vóór 1 oktober 2018 zijn ingediend. Dat kan via de website van de Bela... Lees verder »
Opzegging voor aanvang dienstbetrekking
De vrijheid van arbeidskeuze is een belangrijk recht van de werknemer. In verband met deze fundamentele vrijheid geldt voor een werknemer geen andere opzegbelemmering dan het in acht nemen van een relatief korte opzegtermijn. De vraag in een procedur... Lees verder »

