Actueel

Kamervragen autobelastingen hybride auto
Naar aanleiding van berichten dat een hybride versie van de nieuwe Volvo XC90 in aanmerking zou komen voor 7%-bijtelling zijn Kamervragen gesteld. Hoewel de vragen onder meer gaan over de belastingderving door deze lage bijtellingspercentages, wordt impliciet de huidige belastingwetgeving aan de orde gesteld. De bijtellingspercentages zijn gebaseerd op de CO2-uitstoot zoals die gemeten wordt tijdens een procedure die niet representatief is voor het normale rijgedrag. Daardoor zijn de opgegeven verbruiksgegevens in de praktijk niet te realiseren. De auto die de directe aanleiding vormt voor de vragen zou onder ideale omstandigheden 43 kilometer elektrisch kunnen rijden; daarna moet het zware voertuig door een benzinemotor worden voortbewogen.
Op basis van zijn catalogusprijs bedraagt de jaarlijkse bijtelling voor de hybride Volvo XC90 € 5.320. Een even dure auto die in de 25%-categorie valt heeft een bijtelling van € 18.999. Op basis van het gemiddelde marginale IB-tarief bedraagt het verschil in belastingopbrengst € 6.019 per jaar. Hoeveel Motorrijtuigenbelasting minder wordt ontvangen kan nog niet worden berekend omdat de typekeuringsgegevens nog niet bekend zijn. Hoe groot de bereikte milieuwinst is, laat zich volgens de staatssecretaris niet eenvoudig kwalificeren. De vraag is met welk type auto moet worden vergeleken en wat het werkelijke praktijkverbruik is. De 7% bijtellingscategorie bevat met name grotere auto’s. Volgens de staatssecretaris klopt de aanname van een volledig elektrische actieradius van 30 tot 40 kilometer niet. Hij haalt als voorbeeld aan de BMW i3 Range Extender die een actieradius van 160 tot 190 kilometer zou hebben.
De vragenstellers herinneren de staatssecretaris aan het verantwoordingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer uit 2013. De conclusies uit dat onderzoek zijn dat het stimuleren van zuinige auto’s een dure maatregel is voor het verminderen van de CO2-uitstoot en dat de huidige testmethode voor nieuwe auto’s leidt tot een papieren werkelijkheid omdat het praktijkverbruik van nieuwe auto’s onbekend is. De staatssecretaris haalt de al eerder aangekondigde Autobrief 2.0 aan. Die zal voorstellen bevatten voor het autobelastingbeleid voor de periode 2017-2020. De aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer zullen daarin worden meegenomen. De EU werkt aan een verbeterde testprocedure voor de meting van het brandstofverbruik. Die zou moeten leiden tot minder verschil tussen de gemeten en de werkelijke CO2–uitstoot.
De staatssecretaris ziet zowel in als buiten de Tweede Kamer weinig draagvlak voor nadere maatregelen. Een versnelde invoering van de verhoging van de bijtelling van 7% naar 15%, bijvoorbeeld per 1 juli 2015, stuit voor de autobranche en de Belastingdienst op grote praktische bezwaren.
Overzicht:

Ontbindende voorwaarde in arbeidsovereenkomst
Een arbeidsovereenkomst kan een ontbindende voorwaarde bevatten. Wanneer de ontbindende voorwaarde is vervuld eindigt in beginsel de arbeidsovereenkomst. Het is echter mogelijk dat de voorwaarde niet past binnen het gesloten stelsel van het ontslagre... Lees verder »
Kamervragen afschaffing VAR
In antwoord op Kamervragen over de afschaffing van de VAR heeft de staatssecretaris van Financiën nog maar eens aangegeven dat de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) geen verandering heeft gebracht in de wettelijke kwalificatie van ee... Lees verder »
Geen managementovereenkomst maar dienstbetrekking
Wie in een privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam is, is verplicht verzekerd voor de WW, de ZW en de Wet WIA. De premies worden betaald door de werkgever. Er is sprake van een privaatrechtelijke dienstbetrekking als is voldaan aan drie voorwaar... Lees verder »
Bijtelling auto van de zaak
De regelgeving rondom de bijtelling voor de auto van de zaak is als volgt. Eerst moet de vraag worden beantwoord of er een auto aan de werknemer ter beschikking is gesteld. Is dat het geval, dan geldt de veronderstelling dat de terbeschikkingstelling... Lees verder »
Urenregistratie ten behoeve van zelfstandigenaftrek
Een ondernemer heeft recht op toepassing van de zelfstandigenaftrek als hij aan het urencriterium voldoet. Het urencriterium houdt in dat de ondernemer in een kalenderjaar ten minste 1.225 uren aan zijn onderneming moet besteden. Daarnaast geldt de e... Lees verder »

