Actueel

Aftrek hypotheekrente niet-ingezetene
Het Hof van Justitie EU heeft prejudiciële vragen van de Hoge Raad over het recht op aftrek van hypotheekrente voor een buitenlands belastingplichtige beantwoord. De casus betrof iemand die gedurende de eerste drie maanden van 2008 in Duitsland woonde en in Nederland werkte. Daarna vertrok hij naar de VS. De eigen woning in Duitsland werd op 20 juni van dat jaar verkocht. Zou deze persoon in de eerste drie maanden van 2008 in Nederland hebben gewoond in plaats van in Duitsland, dan had hij recht gehad aftrek van de betaalde hypotheekrente.
Hof Den Bosch stond aftrek toe onder verwijzing naar het arrest Renneberg van het Hof van Justitie EU. Volgens het hof moest de belanghebbende in deze procedure op één lijn worden gesteld met een inwoner van Nederland die emigreert naar de VS. De werkstaat moet volgens rechtspraak van het Hof van Justitie EU aan niet-ingezetenen persoonlijke fiscale voordelen toekennen indien ten minste 90% van het wereldinkomen van de betrokkenen is belast in de werkstaat. Volgens de staatssecretaris van Financiën geldt deze 90%-norm op jaarbasis en niet naar tijdsgelang. Bij toepassing van de norm op jaarbasis hoefde Nederland geen aftrek te verlenen omdat het merendeel van het inkomen in de VS was verdiend. De Hoge Raad vroeg zich af hoe de rechtspraak van het Hof van Justitie EU in een geval als dit moet worden uitgelegd en toegepast. De Hoge Raad wilde verder weten of het dan uitmaakt of het land waar de werknemer in de loop van het belastingjaar is gaan wonen en werken al dan niet een lidstaat van de Europese Unie is.
Het hof van Justitie EU oordeelde als volgt. Het vrije verkeer van werknemers binnen de EU houdt in dat er geen discriminatie op grond van nationaliteit tussen de werknemers van de lidstaten mag bestaan op het gebied van werkgelegenheid, beloning en overige arbeidsvoorwaarden. Er is sprake van discriminatie wanneer verschillende regels worden toegepast op vergelijkbare situaties of wanneer dezelfde regel wordt toegepast op verschillende situaties. Voor de directe belastingen bevinden ingezetenen en niet-ingezetenen zich in de regel niet in vergelijkbare situaties. Dat is anders wanneer een niet-ingezetene het grootste deel van zijn inkomen verwerft in de werkstaat, waardoor in de woonstaat geen rekening kan worden gehouden met zijn persoonlijke en gezinssituatie. De werkstaat moet dan aan de niet-ingezetene alle belastingvoordelen bieden die een vergelijkbare ingezetene heeft.
Een niet-ingezetene, die niet zijn nagenoeg gehele inkomen van een jaar in de werkstaat heeft verworven, bevindt zich niet in een situatie die vergelijkbaar is met die van een ingezetene van de werkstaat. Dat betekent dat de werkstaat geen rekening hoeft te houden met de persoonlijke en gezinssituatie van de niet-ingezetene bij de belastingheffing. Dat wordt volgens het Hof van Justitie EU niet anders wanneer iemand buiten de EU gaat werken.
Overzicht:

Ministerie introduceert regelhulp premiekortingen
Om werkgevers te stimuleren om werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen, zijn de premiekortingen in het leven geroepen. Het gaat om oudere werknemers met een uitkering en om mensen met een arbeidshandicap. Werkgever... Lees verder »
Te lang gewerkt aan re-integratie in eigen functie
Werkgevers zijn verplicht om gedurende de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid het loon van de werknemer door te betalen. Deze loondoorbetalingsverplichting kan verlengd worden met een jaar wanneer het UWV van mening is dat de werkgever er... Lees verder »
Belastingheffing box 3 in strijd met eigendomsrecht?
De vermogensrendementsheffing van box 3 is door de wetgever aangemerkt als een inkomstenbelasting. Als grondslag voor de belastingheffing wordt een forfaitair rendement over de waarde van het vermogen genomen. Het rendement is vastgesteld op 4%. Volg... Lees verder »
Transitievergoeding en arbeidsongeschiktheid
De Wet werk en zekerheid heeft een aantal wijzigingen in het arbeidsrecht aangebracht. Een van deze wijzigingen is de verplichting voor de werkgever om bij ontslag een zogenaamde transitievergoeding te betalen.TransitievergoedingDe werkgever is allee... Lees verder »
Einde 30%-regeling door periode tussen dienstbetrekkingen
Volgens de Hoge Raad is de 30%-regeling terecht beëindigd wanneer tussen twee dienstbetrekkingen in meer dan drie maanden niet gewerkt wordt, ongeacht de reden daartoe.De procedure betrof een ingekomen werknemer die tijdens de looptijd van de 30%-re... Lees verder »

