Actueel

Toepassing urencriterium

Toepassing urencriterium

Een ondernemer heeft recht op zelfstandigenaftrek als hij aan het urencriterium voldoet. Het urencriterium houdt in dat de ondernemer in het kalenderjaar ten minste 1.225 uren aan zijn onderneming moet besteden. Wanneer de ondernemer daarnaast in loondienst werkzaam is, geldt als aanvullende eis dat hij meer dan de helft van zijn totale arbeidstijd besteedt aan zijn onderneming. Deze aanvullende eis staat bekend onder de naam grotendeelscriterium.

Uit een arrest van de Hoge Raad uit 2003 volgt dat reistijd voor activiteiten van de onderneming meetelt bij de berekening van het urencriterium. Volgens Hof Den Haag geldt dat ook voor reistijd die gemoeid is met woon-werkverkeer voor de dienstbetrekking. Door het meetellen van de reistijd voor de dienstbetrekking voldeed een ondernemer niet aan het grotendeelscriterium. Dat had tot gevolg dat hij geen recht had op zelfstandigenaftrek. Eerder had de rechtbank geoordeeld dat deze reistijd niet meetelde omdat de werkgever deze uren niet als werktijd aanmerkte en de werknemer die tijd niet vergoed kreeg. Het al dan niet aanmerken als werktijd en/of het al dan niet vergoeden van reistijd is volgens Hof Den Haag niet van belang voor het toerekenen van deze tijd aan de dienstbetrekking.

Overzicht:

  • Recht op KIA voor maat in maatschap

    Recht op KIA voor maat in maatschap

    De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) kent een schijventarief. Sinds 1 januari 2010 geldt in de derde schijf een vast bedrag aan KIA zolang het investeringsbedrag tussen de onder- en de bovengrens ligt. In 2018 gaat het om een bedrag aan KIA v... Lees verder »
  • Geen aanleiding voor verlaging AOW-leeftijd

    Geen aanleiding voor verlaging AOW-leeftijd

    Naar aanleiding van een artikel in het Financieel Dagblad zijn Kamervragen gesteld aan de minister van Sociale Zaken over de verhoging van de AOW-leeftijd. In het artikel wordt beschreven dat de AOW-leeftijd tot 2021 sneller stijgt dan de toename van... Lees verder »
  • WOZ-waarde bedrijfsterrein met opslagtanks

    WOZ-waarde bedrijfsterrein met opslagtanks

    Een procedure voor Hof Arnhem-Leeuwarden had betrekking op de WOZ-waarde van een bedrijfsterrein met opstallen en installaties. In geschil was of de op het terrein aanwezige opslagtanks roerende of onroerende zaken waren. Wanneer de tanks roerend zou... Lees verder »
  • Geen ruime uitleg van concurrentiebeding

    Geen ruime uitleg van concurrentiebeding

    Bij de uitleg van een concurrentiebeding moet niet alleen rekening worden gehouden met de bewoordingen, maar kan ook de betekenis die partijen aan het beding toekennen en wat zij ten aanzien daarvan van elkaar mogen verwachten, van belang zijn. Een c... Lees verder »
  • Bewijs van beperkt privégebruik auto

    Bewijs van beperkt privégebruik auto

    Wanneer door de werkgever een auto aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld, gaat de wet ervan uit dat de auto ook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld. Dat betekent dat er een bijtelling bij het inkomen moet plaatsvinden, tenzij b... Lees verder »