Actueel

Eigen woning en verblijf in buitenland

Eigen woning en verblijf in buitenland

De regeling voor de eigen woning in de inkomstenbelasting blijft van kracht wanneer de woning tijdens een periode van uitzending naar het buitenland wordt aangehouden. Voorwaarde is dat de woning niet aan een derde ter beschikking wordt gesteld tijdens de periode van afwezigheid. De aanwezigheid van een kraakwacht in de woning ontneemt de woning niet het karakter van eigen woning.

De rechtbank Den Haag heeft onlangs een zaak behandeld van een woningeigenaar die gedurende enkele jaren naar het buitenland was uitgezonden door zijn werkgever. Aanvankelijk bleef zijn jongste zoon in de woning wonen. In verband met zijn studie verliet de jongste zoon de woning en betrok de woning van zijn oudere broer. De oudere broer verhuisde naar de ouderlijke woning. De oudere broer woonde niet meer bij zijn ouders op het moment waarop vader werd uitgezonden. Volgens de rechtbank was vanaf dat moment geen sprake meer van een eigen woning. Omdat de oudste zoon niet meer tot het huishouden van de ouders behoorde ten tijde van hun vertrek naar het buitenland, gold hij als een derde aan wie de woning ter beschikking was gesteld. Volgens de rechtbank was geen sprake van het aanstellen van een kraakwacht. De oudste zoon had de woning betrokken in het kader van een woningruil met zijn jongere broer in verband met diens studie. De oudste zoon had de beschikking over de hele woning.

De situatie in de door de rechtbank behandelde zaak week af van de situatie die speelde in een arrest van de Hoge Raad uit 2013. Daar was een student als kraakwacht aangesteld. Deze student had het gebruik van een logeerkamer in de woning. De kraakwacht betaalde geen huur maar alleen een bijdrage in de energiekosten. Het verblijf in de woning van de kraakwacht hield verband met de met hem overeengekomen werkzaamheid. In dat geval blijft de eigenwoningregeling van toepassing omdat de woning niet aan een derde ter beschikking is gesteld.

Overzicht:

  • Recht op KIA voor maat in maatschap

    Recht op KIA voor maat in maatschap

    De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) kent een schijventarief. Sinds 1 januari 2010 geldt in de derde schijf een vast bedrag aan KIA zolang het investeringsbedrag tussen de onder- en de bovengrens ligt. In 2018 gaat het om een bedrag aan KIA v... Lees verder »
  • Geen aanleiding voor verlaging AOW-leeftijd

    Geen aanleiding voor verlaging AOW-leeftijd

    Naar aanleiding van een artikel in het Financieel Dagblad zijn Kamervragen gesteld aan de minister van Sociale Zaken over de verhoging van de AOW-leeftijd. In het artikel wordt beschreven dat de AOW-leeftijd tot 2021 sneller stijgt dan de toename van... Lees verder »
  • WOZ-waarde bedrijfsterrein met opslagtanks

    WOZ-waarde bedrijfsterrein met opslagtanks

    Een procedure voor Hof Arnhem-Leeuwarden had betrekking op de WOZ-waarde van een bedrijfsterrein met opstallen en installaties. In geschil was of de op het terrein aanwezige opslagtanks roerende of onroerende zaken waren. Wanneer de tanks roerend zou... Lees verder »
  • Geen ruime uitleg van concurrentiebeding

    Geen ruime uitleg van concurrentiebeding

    Bij de uitleg van een concurrentiebeding moet niet alleen rekening worden gehouden met de bewoordingen, maar kan ook de betekenis die partijen aan het beding toekennen en wat zij ten aanzien daarvan van elkaar mogen verwachten, van belang zijn. Een c... Lees verder »
  • Bewijs van beperkt privégebruik auto

    Bewijs van beperkt privégebruik auto

    Wanneer door de werkgever een auto aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld, gaat de wet ervan uit dat de auto ook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld. Dat betekent dat er een bijtelling bij het inkomen moet plaatsvinden, tenzij b... Lees verder »