Actueel

Eigen woning en verblijf in buitenland

Eigen woning en verblijf in buitenland

De regeling voor de eigen woning in de inkomstenbelasting blijft van kracht wanneer de woning tijdens een periode van uitzending naar het buitenland wordt aangehouden. Voorwaarde is dat de woning niet aan een derde ter beschikking wordt gesteld tijdens de periode van afwezigheid. De aanwezigheid van een kraakwacht in de woning ontneemt de woning niet het karakter van eigen woning.

De rechtbank Den Haag heeft onlangs een zaak behandeld van een woningeigenaar die gedurende enkele jaren naar het buitenland was uitgezonden door zijn werkgever. Aanvankelijk bleef zijn jongste zoon in de woning wonen. In verband met zijn studie verliet de jongste zoon de woning en betrok de woning van zijn oudere broer. De oudere broer verhuisde naar de ouderlijke woning. De oudere broer woonde niet meer bij zijn ouders op het moment waarop vader werd uitgezonden. Volgens de rechtbank was vanaf dat moment geen sprake meer van een eigen woning. Omdat de oudste zoon niet meer tot het huishouden van de ouders behoorde ten tijde van hun vertrek naar het buitenland, gold hij als een derde aan wie de woning ter beschikking was gesteld. Volgens de rechtbank was geen sprake van het aanstellen van een kraakwacht. De oudste zoon had de woning betrokken in het kader van een woningruil met zijn jongere broer in verband met diens studie. De oudste zoon had de beschikking over de hele woning.

De situatie in de door de rechtbank behandelde zaak week af van de situatie die speelde in een arrest van de Hoge Raad uit 2013. Daar was een student als kraakwacht aangesteld. Deze student had het gebruik van een logeerkamer in de woning. De kraakwacht betaalde geen huur maar alleen een bijdrage in de energiekosten. Het verblijf in de woning van de kraakwacht hield verband met de met hem overeengekomen werkzaamheid. In dat geval blijft de eigenwoningregeling van toepassing omdat de woning niet aan een derde ter beschikking is gesteld.

Overzicht:

  • Onvoldoende bewijs geen privégebruik

    Onvoldoende bewijs geen privégebruik

    Indien een werkgever aan een werknemer een auto ook voor privégebruik ter beschikking stelt, heeft dat tot gevolg dat op kalenderjaarbasis ten minste 25% van de waarde van de auto bij het loon van de werknemer wordt geteld. De wet bevat de fictie da... Lees verder »
  • Onzakelijke borgstelling

    Onzakelijke borgstelling

    Het ter beschikking stellen van vermogen aan een bv, waarin de terbeschikkingsteller een aanmerkelijk belang heeft, wordt belast als resultaat uit overige werkzaamheden in box 1 van de inkomstenbelasting. Het aangaan van een borgstelling is geen terb... Lees verder »
  • Afzien van stamrecht leidt tot belastingheffing

    Afzien van stamrecht leidt tot belastingheffing

    Tot 1 januari 2014 was het mogelijk om de belastingheffing over een ontslagvergoeding uit te stellen door de vergoeding in de vorm van een recht op periodieke uitkeringen te gieten. In een dergelijk geval was niet de gehele vergoeding in een keer bel... Lees verder »
  • Dienstbetrekking voor grootaandeelhoudster

    Dienstbetrekking voor grootaandeelhoudster

    Wie in dienstbetrekking werkt, is in beginsel verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Er geldt een uitzondering voor de dga. Bepalend voor de toepassing van de uitzondering is het ontbreken van de gezagsverhouding in de arbeidsrelatie tu... Lees verder »
  • Stakingswinst ondernemer

    Stakingswinst ondernemer

    Volgens de Wet IB 2001 is winst uit onderneming het bedrag van de voordelen die worden verkregen uit een onderneming. Onder onderneming moet in dit verband ook het zelfstandig uitgeoefende beroep worden begrepen.In het kader van de beëindiging van d... Lees verder »