Actueel

Aansprakelijkheid volgens Invorderingswet
De Invorderingswet bevat een specifieke bepaling waarin de aansprakelijkheid wordt geregeld van de aandeelhouder die de aandelen van een BV heeft vervreemd voor vennootschapsbelastingschulden. Deze bepaling ziet op BV’s die geen actieve onderneming meer drijven maar waarvan de bezittingen bestaan uit liquide middelen en beleggingen. De Advocaat-generaal (AG) bij de Hoge Raad is van mening dat deze bepaling alleen geldt voor natuurlijke personen en niet voor rechtspersonen.
Zowel Hof Amsterdam als Hof Arnhem-Leeuwarden heeft eerder in vergelijkbare zin geoordeeld. De staatssecretaris van Financiën deelt deze opvatting niet en heeft beroep in cassatie ingesteld. De Leidraad Invordering bevat beleid van Financiën op het terrein van de invordering van belastingen. In dit besluit wordt opgemerkt dat de betreffende wetsbepaling van de Invorderingswet ook betrekking heeft op rechtspersonen.
De staatssecretaris beroept zich op de tekst van de wetsbepaling, op de voorganger van de huidige wetsbepaling en op de parlementaire geschiedenis. In de tekst van de wet wordt het woord “degene” gebruikt om de aansprakelijk te stellen persoon aan te duiden. Dat woord wordt elders ook gebruikt om een rechtspersoon aan te duiden. De voorganger van de huidige wetsbepaling bevatte een expliciete uitbreiding naar rechtspersonen met een deelneming in de vervreemde rechtspersoon. Die verwijzing ontbreekt in de huidige wetsbepaling.
De AG is van mening dat de tekst van de wetsbepaling enige ruimte laat om ook rechtspersonen te kunnen omvatten. In ieder geval worden rechtspersonen niet uitdrukkelijk uitgesloten. Anderzijds is de tekst door een verwijzing naar partners en bloedverwanten gericht op natuurlijke personen. Hof Amsterdam overwoog dat de kring van op grond van deze wetsbepaling aansprakelijk te stellen subjecten nergens wordt verruimd tot rechtspersonen. Voor de situatie waarin een rechtspersoon een deelneming vervreemdt die vervolgens de vennootschapsbelasting niet betaalt, kent deze wetsbepaling de mogelijkheid om de aandeelhouder van de vervreemdende rechtspersoon aansprakelijk te stellen. Dat zou er volgens de AG op kunnen wijzen dat de wetgever uitgaat van een natuurlijk persoon als achterliggende aandeelhouder. De conclusie van de AG is dat de kring van op grond van dit wetsartikel aansprakelijk te stellen personen beperkt is tot natuurlijke personen. Tot slot merkt de AG op dat een eventueel bestaande onduidelijkheid over de reikwijdte van dit wetsartikel niet voor rekening van een aansprakelijk gestelde rechtspersoon moet komen.
Overzicht:

Overgangsregeling transitievergoeding kleinere werkgevers
Vóór de inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid (WWZ) kon een werkgever met toestemming van het UWV een werknemer ontslaan zonder dat hij de werknemer een vergoeding hoefde te betalen. Dat is met de invoering van de WWZ veranderd. Ongeacht de... Lees verder »
Navordering door fout in aangifte
Navordering van inkomstenbelasting is mogelijk wanneer door een fout geen aanslag of een te lage aanslag is opgelegd. Het moet de belastingplichtige wel duidelijk zijn of kunnen zijn dat er een fout gemaakt is. Volgens de wet is dat het geval als het... Lees verder »
Transitievergoeding bij ontbinding na twee jaar arbeidsongeschiktheid
Sinds 1 juli 2015 moet een werkgever aan een werknemer een transitievergoeding betalen wanneer de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever wordt beëindigd. De arbeidsovereenkomst moet dan wel ten minste 24 maanden hebben geduurd. Deze verp... Lees verder »
Bezwaar tegen boete niet altijd ontvankelijk
De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift tegen een belastingaanslag is zes weken. Wordt een bezwaarschrift te laat ingediend, dan is het niet-ontvankelijk, tenzij de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Het te laat indienen van een bezw... Lees verder »
Beperking aftrek kleding wegens ziekte is niet toegestaan
Tot de aftrekbare specifieke zorgkosten behoren de uitgaven wegens ziekte of invaliditeit voor extra kleding en beddengoed. De wetgever heeft de bevoegdheid voor nadere regelgeving gedelegeerd aan de minister van Financiën. Daarvan is gebruik gemaak... Lees verder »

