Actueel

Instemming met beëindiging dienstverband
Bij de beantwoording van de vraag of een werknemer zijn dienstbetrekking vrijwillig heeft willen beëindigen moet een strenge maatstaf worden gehanteerd om hem te beschermen tegen de ernstige gevolgen van vrijwillige beëindiging van het dienstverband. Dat betekent dat niet te snel mag worden aangenomen dat een werknemer instemt met ontslag.
Het Sociaal Plan van een werkgever bevatte voor boventallig verklaarde werknemers de keuze uit twee wijzen van beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De ene keuze was begeleiding naar ander werk tijdens een tijdelijk voortgezet dienstverband, de andere keuze was directe beëindiging van de arbeidsovereenkomst in combinatie met een beëindigingsvergoeding. Een als boventallig aangemerkte werkneemster ondertekende de door de werkgever voorgelegde vaststellingsovereenkomst onder protest. De werkgever stelde zich op het standpunt dat de werkneemster door de ondertekening was gebonden aan de vaststellingsovereenkomst.
De werkneemster bestreed dat standpunt en verzocht de kantonrechter om een verklaring voor recht dat partijen geen overeenstemming hadden bereikt over de beëindiging van het dienstverband. De kantonrechter hechtte met name belang aan de door de werkneemster geplaatste kanttekening bij de overeenkomst. Deze kanttekening was niet duidelijk omdat deze voor meerdere uitleg vatbaar was. De kantonrechter vond daarom dat de ondertekening van de vaststellingsovereenkomst geen duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van de werkneemster inhield. Daarom kon niet worden aangenomen dat de werkneemster met de beëindiging van haar arbeidsovereenkomst heeft ingestemd. De kantonrechter verwees nog naar het Sociaal Plan van de werkgever waarin staat dat de vaststellingsovereenkomst onverkort en onvoorwaardelijk dient te worden aanvaard. Wanneer dat niet gebeurt wordt gestreefd naar beëindiging van de arbeidsovereenkomst vanwege een dringende reden.
Overzicht:

Eindoordeel Hoge Raad over 150-kmgrens in 30%-regeling
Het Hof van Justitie EU heeft in 2015 prejudiciële vragen van de Hoge Raad over de 150-kmgrens in de 30%-regeling beantwoord. Volgens het Hof van Justitie EU is deze beperking toegestaan en is geen sprake van indirecte discriminatie of van een belem... Lees verder »
Wanneer volgt teruggave dividendbelasting aan buitenlandse aandeelhouder?
Bij de uitkering van dividend door een Nederlandse vennootschap moet 15% dividendbelasting worden ingehouden. De dividendbelasting wordt voor particuliere aandeelhouders verrekend met de inkomstenbelasting. Vennootschappen kunnen de ingehouden divide... Lees verder »
Kortingsregeling 30%-regeling niet discriminerend
Voor uit het buitenland afkomstige werknemers, die beschikken over een op de Nederlandse markt schaarse deskundigheid, kent de loonbelasting een bijzondere regeling. Deze zogenaamde 30%-regeling houdt in dat 30% van de totale bruto beloning als belas... Lees verder »
Reactie staatssecretaris Financiën over box 3
De staatssecretaris van Financiën heeft in een brief aan de Tweede Kamer uiteengezet waarom hij de opvatting van de Advocaat-Generaal (A-G) over de belastingheffing in box 3 niet deelt. De A-G stelt in een conclusie dat de belastingheffing in box 3 ... Lees verder »
Teruggave dividendbelasting voor buitenlandse vennootschap?
Volgens een arrest van het Hof van Justitie EU mag de belasting op dividenden die aan niet-ingezetenen wordt uitgekeerd niet hoger zijn dan de belasting op dividenden voor ingezetenen. Een vergelijking van de belastingdruk op dividenden van niet-inge... Lees verder »

