Actueel

BTW op oninbare vorderingen
Als u diensten of goederen op rekening levert, moet u de btw die u in rekening brengt na afloop van het kwartaal op aangifte betalen aan de Belastingdienst. Dat geldt ongeacht of uw afnemer de rekening heeft betaald. Betaalt uw klant de rekening niet of maar voor een deel, dan hebt u btw aan de Belastingdienst betaald terwijl u die niet ontvangen hebt. Uw afnemer heeft deze btw als voorbelasting in mindering gebracht op zijn aangifte. Deze niet ontvangen btw kunt u terugvragen aan de Belastingdienst.
Let op! U mag deze btw niet zelf verrekenen in uw btw-aangifte.
Wanneer kunt u btw terugvragen?
U kunt de btw terugvragen zodra zeker is dat uw klant de factuur niet (geheel) zal betalen. U stuurt binnen een maand na het tijdvak waarin duidelijk is geworden dat uw openstaande factuur niet betaald zal worden een verzoek om teruggave van de in rekening gebrachte btw naar de Belastingdienst. Stuur met het verzoek gegevens mee waaruit blijkt dat de afnemer niet heeft betaald en niet zal betalen. Het verzoek om teruggave omvat in ieder geval de volgende gegevens:
- naam en adres van uw afnemer;
- datum en nummer van de betreffende factuur;
- het niet-betaalde factuurbedrag;
- het bedrag aan btw dat u terugvraagt.
Als deze gegevens op de factuur staan, kunt u ook een kopie van de factuur meesturen.
Wat moet u doen als uw afnemer na teruggave van de btw alsnog betaalt?
Het is niet uitgesloten dat uw afnemer de openstaande factuur alsnog betaalt, nadat uw verzoek om teruggave is toegekend door de Belastingdienst. In dat geval zult u het btw-deel uit de ontvangst in uw aangifte moeten verwerken en aan de Belastingdienst betalen.
Creditfactuur
Wanneer uw rekening niet geheel is betaald en u daarin berust, kunt een creditnota voor het verschil opmaken. Dat betekent wel dat u uw vordering (gedeeltelijk) prijsgeeft. U verwerkt de creditfactuur in uw aangifte omzetbelasting over het tijdvak waarin u deze factuur hebt uitgereikt. Door het uitreiken van een creditfactuur aan uw afnemer vermindert zijn recht op aftrek van voorbelasting. Uw afnemer moet de eerdere aftrek corrigeren in zijn aangifte.
Overzicht:

Recht op KIA voor maat in maatschap
De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) kent een schijventarief. Sinds 1 januari 2010 geldt in de derde schijf een vast bedrag aan KIA zolang het investeringsbedrag tussen de onder- en de bovengrens ligt. In 2018 gaat het om een bedrag aan KIA v... Lees verder »
Geen aanleiding voor verlaging AOW-leeftijd
Naar aanleiding van een artikel in het Financieel Dagblad zijn Kamervragen gesteld aan de minister van Sociale Zaken over de verhoging van de AOW-leeftijd. In het artikel wordt beschreven dat de AOW-leeftijd tot 2021 sneller stijgt dan de toename van... Lees verder »
WOZ-waarde bedrijfsterrein met opslagtanks
Een procedure voor Hof Arnhem-Leeuwarden had betrekking op de WOZ-waarde van een bedrijfsterrein met opstallen en installaties. In geschil was of de op het terrein aanwezige opslagtanks roerende of onroerende zaken waren. Wanneer de tanks roerend zou... Lees verder »
Geen ruime uitleg van concurrentiebeding
Bij de uitleg van een concurrentiebeding moet niet alleen rekening worden gehouden met de bewoordingen, maar kan ook de betekenis die partijen aan het beding toekennen en wat zij ten aanzien daarvan van elkaar mogen verwachten, van belang zijn. Een c... Lees verder »
Bewijs van beperkt privégebruik auto
Wanneer door de werkgever een auto aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld, gaat de wet ervan uit dat de auto ook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld. Dat betekent dat er een bijtelling bij het inkomen moet plaatsvinden, tenzij b... Lees verder »

