Actueel

Informatiebeschikking en omkering bewijslast
Met ingang van 1 juli 2011 is de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen gewijzigd. De wijzigingen hebben betrekking op de rechtsbescherming van belastingplichtigen in relatie tot de administratie- en informatieplicht en controlehandelingen van de Belastingdienst. Bij deze wijziging is de zogenaamde informatiebeschikking ingevoerd. Dat is een beschikking waarmee de inspecteur vaststelt dat niet of niet volledig aan de informatie- of administratieverplichtingen is voldaan. De informatiebeschikking is voor bezwaar vatbaar. Sinds de wetswijziging is voor omkering en verzwaring van de bewijslast nodig dat de vereiste aangifte niet is gedaan of dat er een onherroepelijk geworden informatiebeschikking is. Er is geen overgangsrecht getroffen. Dat betekent dat voor iedere uitspraak op bezwaar die is gedaan vanaf 1 juli 2011 geldt dat aan een van beide voorwaarden moet zijn voldaan wil de sanctie van omkering en verzwaring van de bewijslast kunnen worden toegepast. Niet van belang is of de belastingaanslag voor 1 juli 2011 is opgelegd.
In zaken waarin de inspecteur vóór 1 juli 2011 uitspraak op bezwaar heeft gedaan, is er uiteraard geen informatiebeschikking. Zou het beginsel van onmiddellijke werking strikt worden toegepast, dan zou dat in deze gevallen betekenen dat in beroep of hoger beroep omkering en verzwaring van de bewijslast niet mogelijk is tenzij niet de vereiste aangifte is gedaan. Volgens de Hoge Raad is er geen aanwijzing dat de wetgever dit ongerijmde gevolg heeft voorzien en aanvaard. Dat betekent dat de rechter moet beoordelen of de inspecteur bij zijn vóór 1 juli 2011 gedane uitspraak op bezwaar diende uit te gaan van de destijds geldende bepalingen van de AWR. De vanaf 1 juli 2011 in de AWR opgenomen eis van een informatiebeschikking kan niet worden gesteld indien het (hoger) beroep is gericht tegen een uitspraak op bezwaar die is gedaan voor 1 juli 2011.
Overzicht:

Pand ondernemer was keuzevermogen
Een ondernemer kan in het algemeen zelf bepalen of hij een vermogensbestanddeel al dan niet tot zijn ondernemingsvermogen rekent. Deze keuzevrijheid van de ondernemer voor de vermogensetikettering wordt beperkt door de redelijkheid. De grenzen van de... Lees verder »
Oud pand was bestemd voor bewoning
Bij de verkrijging van onroerende zaken moet overdrachtsbelasting worden betaald. Voor woningen geldt in afwijking van het normale tarief van 6% een lager tarief van 2% van de waarde. Volgens de memorie van toelichting op de wetswijziging waarbij de ... Lees verder »
Dienstbetrekking in meerdere landen
Op een werknemer, die op het grondgebied van twee of meer lidstaten van de EU zijn werkzaamheden verricht, is de wetgeving van de woonstaat van toepassing wanneer hij een deel van zijn werkzaamheden op het grondgebied van de woonstaat uitoefent. De w... Lees verder »
Omvang privégebruik auto
De bijtelling bij het inkomen voor het privégebruik van een auto van de zaak bedraagt in beginsel 25% van de cataloguswaarde van de auto. De bijtelling wordt verminderd met de vergoeding die de werknemer voor het privégebruik betaalt. Er hoeft geen... Lees verder »
Onderneming naast dienstbetrekking
Een ondernemer die in een jaar ten minste 1.225 uur besteedt aan zijn onderneming voldoet aan het urencriterium. Daarmee heeft hij recht op de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling.Een werknemer met een fulltime dienstverband kreeg in de ja... Lees verder »

