Actueel

Rapport onderzoek zzp'ers naar Tweede Kamer
Het kabinet heeft een interdepartementaal beleidsonderzoek naar zzp’ers uit laten voeren. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het rapport van dat onderzoek met een kabinetsreactie naar de Tweede Kamer gestuurd. Uit het onderzoek komt naar voren dat het begrip zzp’er ruim is en een grote verscheidenheid aan ondernemers omvat. Het aantal zzp’ers in Nederland is in vijftien jaar tijd verdubbeld. Opmerkelijk is dat de groei in het buitenland veel minder sterk is. Doel van het onderzoek was na te gaan wat de gevolgen van de opkomst van de zzp’er zijn op het gebied van het arbeidsrecht, de werknemersverzekeringen en de fiscaliteit.
Zzp’ers moeten zelf zorgen voor een pensioenregeling en het risico van arbeidsongeschiktheid afdekken. De mate waarin zij dat doen hangt niet alleen af van persoonlijke voorkeuren en de mate waarin de markt dit mogelijk maakt. Een deel van de zzp’ers zou zich wel willen verzekeren maar is daar financieel niet toe in staat. Uit het rapport blijkt dat er relatief veel zzp’ers met een laag inkomen zijn. Door een lagere belasting- en premiedruk en een hogere aanspraak op toeslagen slagen zij er toch in hun besteedbaar inkomen op een met werknemers vergelijkbaar niveau te brengen. Als de zzp’er ondernemer is voor de inkomstenbelasting en voldoende uren maakt heeft hij recht op een fiscale faciliteit als de zelfstandigenaftrek.
Het gebruikmaken van dergelijke faciliteiten heeft een verstorende werking op de arbeidsmarkt. De werkgroep die het rapport heeft samengesteld vindt het wenselijk dat de fiscale regimes voor ondernemers en werknemers dichter bij elkaar komen te liggen. Onder ondernemer in dit verband wordt zowel de IB-ondernemer als de dga verstaan. Geconstateerd wordt dat de verschillen in regelgeving het voor werkenden vaak interessant maken om als zzp'er te werken en voor werkgevers of opdrachtgevers om werk door een zzp'er uit te laten voeren. Het kabinet wil voorkomen dat de keuze wordt gemaakt op basis van de regelgeving in plaats van op basis van de gezamenlijke wensen van werkenden en opdrachtgevers. Om de verschillen in behandeling aan te pakken zijn diverse oplossingsrichtingen mogelijk. Volgens het kabinet vraagt dat om een brede maatschappelijke en politieke discussie. Keuzes worden niet gemaakt. Voor de korte termijn richt het kabinet zich op de bestrijding van schijnzelfstandigheid, het aantrekkelijker maken van het werkgeverschap en het toegankelijker maken van bescherming voor zzp’ers.
Overzicht:

Eerste Kamer neemt wetsvoorstellen Belastingplan 2016 aan
De Eerste Kamer heeft de wetsvoorstellen Belastingplan 2016, inclusief de novelle, aangenomen. Dat betekent dat de lastenverlichting van € 5 miljard kan worden doorgevoerd. Bij de stemming over de wetsvoorstellen is ook gestemd over drie ingediende... Lees verder »
Verhoging AOW-gerechtigde leeftijd kan een ongeoorloofde inbreuk op eigendomsrecht zijn
De rechtbank Noord Nederland heeft onlangs uitspraak gedaan in een zaak over de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. Volgens de rechtbank vormde deze verhoging in dit geval een ongeoorloofde inbreuk op het eigendomsrecht. Naar aanleiding van de... Lees verder »
Voortgang aanpassingen pensioen in eigen beheer
De pensioenregeling van een werknemer moet zijn ondergebracht bij een pensioenfonds of bij een levensverzekeringsmaatschappij. Anders dan voor reguliere werknemers bestaat voor een dga daarnaast de mogelijkheid om zijn pensioenvoorziening door de BV ... Lees verder »
Geen onzakelijke lening zonder onderlinge aandeelhoudersrelatie
Volgens de Hoge Raad kan in een geval, waarin geen sprake is van een aandeelhoudersrelatie en waarin geen bijzondere persoonlijke betrekkingen tussen de geldverstrekker en de uiteindelijke aandeelhouder van de debiteur zijn vastgesteld, van een onzak... Lees verder »
Inkomensafhankelijke premie Zorgverzekeringswet
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft de inkomensafhankelijke premies voor de Zorgverzekeringswet voor 2016 vastgesteld. De hoge bijdrage daalt van 6,95 naar 6,75%. De hoge bijdrage geldt voor inhoudingsplichtigen. De lage bijdrage ... Lees verder »

