Actueel

Onterecht opgelegde loonsanctie

Onterecht opgelegde loonsanctie

Wanneer een werknemer arbeidsongeschikt is heeft de werkgever de verplichting om het loon door te betalen. Die verplichting geldt gedurende de eerste twee jaren van de arbeidsongeschiktheid. De werkgever moet tijdens de arbeidsongeschiktheid van een werknemer de re-integratie van de werknemer in het arbeidsproces bevorderen. Doet de werkgever dat onvoldoende dan kan het UWV hem als straf een verlenging van de loondoorbetalingsverplichting opleggen. Deze loonsanctie geldt voor een periode van een jaar.

Een werkgever bestreed de aan hem opgelegde loonsanctie omdat hij van mening was dat hij voldoende inspanningen had verricht om de werknemer te re-integreren. De werkgever baseerde zich op een op zijn verzoek door het UWV gegeven deskundigenoordeel, waarin een arbeidsdeskundige op basis van rapporten van de bedrijfsarts de verrichte re-integratie-inspanningen voldoende vond. Ook was er een later rapport van een arbeidsdeskundige en een sociaal-medisch advies waarin de maximale belastbaarheid van de werknemer op zestien uur per week werd gesteld. De werkgever had de werknemer voor dat aantal uren herplaatst in een andere functie.

Volgens de Centrale Raad van Beroep mag een werkgever in beginsel uitgaan van de juistheid van een deskundigenoordeel waarin zijn re-integratieinspanningen als voldoende zijn aangemerkt. De opmerking in het rapport dat het oordeel is gebaseerd op door de bedrijfsarts van de werkgever vastgestelde beperkingen van de werknemer is niet een duidelijk voorbehoud op grond waarvan de werkgever er rekening mee had moeten houden dat zijn inspanningen bij een latere beoordeling als onvoldoende zouden kunnen worden aangemerkt. De Centrale Raad van Beroep was van oordeel dat in dit geval ten onrechte een loonsanctie was opgelegd.

Overzicht:

  • Beperking toepassing non-concurrentiebeding

    Beperking toepassing non-concurrentiebeding

    Een detacheringsbureau in de financiële sector had in de arbeidscontracten met haar werknemers een non-concurrentiebeding opgenomen. Op grond van dat beding was het een werknemer verboden na uitdiensttreding gedurende zes maanden te werken voor conc... Lees verder »
  • De bedrijfsbbq en de WKR: hoe zit dat?

    De bedrijfsbbq en de WKR: hoe zit dat?

    De zomer nadert en daarmee staat de vakantieperiode weer voor de deur. Ter afsluiting van de voorjaarsperiode organiseren werkgevers bij wijze van personeelsuitje vaak een bedrijfsbarbecue. Zoals dat geldt voor alle vergoedingen en verstrekkingen is ... Lees verder »
  • Compensatieregeling vrouwelijke zelfstandigen

    Compensatieregeling vrouwelijke zelfstandigen

    Een bepaalde groep zelfstandigen heeft alsnog recht op financiële compensatie voor hun zwangerschaps- en bevallingsverlof. Deze regeling geldt voor vrouwelijke zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten, die zijn bevallen in de per... Lees verder »
  • Non-concurrentiebeding

    Non-concurrentiebeding

    Een non-concurrentiebeding wordt in de praktijk vaak concurrentiebeding genoemd. Feitelijk is dat niet juist, want de bedoeling van het beding is de werknemer te verbieden om na het einde van zijn contract soortgelijke werkzaamheden uit te oefenen bi... Lees verder »
  • Berekening buitenlandbijdrage Zvw

    Berekening buitenlandbijdrage Zvw

    EG-verordeningen inzake de sociale zekerheid bepalen dat in beginsel slechts één wetgeving van toepassing is. Volgens deze verordeningen heeft een in België wonende gepensioneerde met een pensioen uit Nederland recht op zorg in België ten laste v... Lees verder »