Actueel

Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening

Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening

Op 1 november 2015 is de Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening in werking getreden. Deze wet bevat een aantal wijzigingen van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten. De wijzigingen in het jaarrekeningenrecht vloeien voort uit de invoering van een EU-richtlijn uit 2013.

Balans
De voorschriften over afschrijvingen zijn aangepast. Kosten van onderzoek vallen niet meer onder immateriële activa. De afschrijvingstermijn voor ontwikkelingskosten en goodwill bedraagt maximaal tien jaar. Goodwill kan niet langer worden afgeboekt van het eigen vermogen of ineens ten laste van het resultaat worden gebracht.

Jaarverslag wordt bestuursverslag
De term jaarverslag is vervangen door bestuursverslag (management report). De accountant moet nagaan of het bestuursverslag materiële onjuistheden bevat. Uitleg van wat onder materiële onjuistheden moet worden verstaan wordt niet gegeven in de wet of in de richtlijn.

Verkorting termijnen jaarrekening
De termijn voor openbaarmaking van de jaarrekening wordt verkort van dertien naar twaalf maanden na afloop van het boekjaar. Het bestuur van een NV of een BV is verplicht om de jaarrekening binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar op te maken en ter inzage te leggen. Deze termijn kon met zes maanden worden verlengd, maar dat gaat terug naar vijf maanden. Voor stichtingen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen is de mogelijkheid van verlenging teruggebracht van vijf naar vier maanden. Voor beursvennootschappen is de termijn voor openbaarmaking van vier maanden niet gewijzigd.

Omvangscriteria rechtspersonen
De verplichtingen met betrekking tot de jaarrekening, het bestuursverslag, de overige gegevens en de accountantscontrole gelden voor alle grote rechtspersonen. Voor micro-ondernemingen is een verlicht regime ingevoerd. De drempels voor de kwalificatie als kleine of middelgrote rechtspersoon zijn verhoogd.

Micro-onderneming
Een micro-onderneming voldoet aan twee of drie van de volgende criteria:

  • de waarde van de activa bedraagt niet meer dan € 350.000;
  • de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 700.000;
  • het gemiddeld aantal werknemers over een boekjaar bedraagt minder dan tien.

Een micro-onderneming hoeft geen uitgebreide balans, geen uitgebreide winst- en verliesrekening, geen toelichting op de balans, en geen bestuursverslag op te stellen. De jaarrekening hoeft ook niet onderzocht te worden door een accountant. Een verkorte balans volstaat.

Kleine rechtspersoon
Een kleine rechtspersoon voldoet aan twee of drie van de volgende criteria:

  • de waarde van de activa is maximaal € 6 miljoen (was € 4,4 miljoen);
  • de netto-omzet over het boekjaar is maximaal € 12 miljoen (was € 8,8 miljoen);
  • het gemiddeld aantal werknemers over een boekjaar bedraagt minder dan 50.

Middelgrote rechtspersoon
Een middelgrote rechtspersoon voldoet aan twee of drie van de volgende criteria:

  • de waarde van de activa bedraagt niet meer dan € 20 miljoen (was € 17,5 miljoen);
  • de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 40 miljoen (was € 35 miljoen);
  • het gemiddeld aantal werknemers over een boekjaar bedraagt minder dan 250.

Grote rechtspersoon
Een grote rechtspersoon voldoet aan twee of drie van de volgende criteria:

  • de waarde van de activa is ten minste € 20 miljoen (was € 17,5 miljoen);
  • de netto-omzet over het boekjaar bedraagt ten minste € 40 miljoen (thans € 35 miljoen);
  • het gemiddeld aantal werknemers over een boekjaar is ten minste 250.

Door de verhoging van de drempels voor kwalificatie als grote rechtspersoon zijn de beperkingen die gelden voor het aantal toezichthoudende functies van bestuurders en commissarissen van een grote rechtspersoon minder snel van toepassing.

Wijzigingen gelden voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2016
De gewijzigde voorschriften zijn van toepassing op jaarrekeningen en bestuursverslagen over boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2016. De voorschriften mogen worden toegepast op boekjaren die zijn aangevangen vóór 1 januari 2016.

Overzicht:

  • Einde terbeschikkingstelling

    Einde terbeschikkingstelling

    De verhuur van een pand aan een vennootschap door iemand die in die vennootschap een aanmerkelijk belang heeft, is een werkzaamheid die wordt belast in box 1. Die werkzaamheid eindigt op het moment waarop niet langer sprake is van een aanmerkelijk be... Lees verder »
  • Terbeschikkingstelling wordt onderneming

    Terbeschikkingstelling wordt onderneming

    De terbeschikkingstellingsregeling van box 1 van de Wet IB 2001 omvat onder andere het ter beschikking stellen van onroerende zaken aan de onderneming van de echtgenoot. Wanneer de eigenaar van deze onroerende zaken toetreedt in een VOF waarin de ond... Lees verder »
  • Afroommethode als geen vergelijkbaar loon kan worden gevonden

    Afroommethode als geen vergelijkbaar loon kan worden gevonden

    De gebruikelijkloonregeling geldt voor aandeelhouders die werken voor een vennootschap waarin zij een aanmerkelijk belang hebben. Voor hun werkzaamheden moeten zij tenminste een gebruikelijk loon genieten. Dat is het loon dat aan werknemers zonder aa... Lees verder »
  • Verkoopopbrengst van invloed op eerdere waardering

    Verkoopopbrengst van invloed op eerdere waardering

    De waarde van verhuurde onroerende zaken, die in box 3 van de Wet IB 2001 vallen, moet worden gesteld op de waarde in het economische verkeer.De Belastingdienst legde aan een eigenaar van een aantal verhuurde panden navorderingsaanslagen inkomstenbel... Lees verder »
  • Schadevergoeding wegens beëindiging loonsanctie

    Schadevergoeding wegens beëindiging loonsanctie

    Werkgevers zijn verplicht om het loon van werknemers tijdens ziekte door te betalen. Deze loondoorbetalingsplicht eindigt in beginsel na 104 weken ziekte. De periode van verplichte loondoorbetaling kan worden verlengd met 52 weken bij wijze van sanct... Lees verder »