Actueel
Verband koopsom en waarde onroerende zaak
Een procedure over de WOZ-waarde van een woning had betrekking op de vraag of de koopprijs van een woning de waarde weergeeft op het tijdstip van de koop of van de levering.
Volgens de Hoge Raad kan niet als algemene regel worden aanvaard dat de koopprijs voor een onroerende zaak gelijk is aan de waarde op het tijdstip van de levering. De Hoge Raad vindt dat wel toelaatbaar als er niet meer dan drie maanden verstrijken tussen de koop en de levering. Wel kunnen zich ook dan omstandigheden voordoen waardoor de verkoopprijs niet de waarde op het tijdstip van levering representeert.
Eerder oordeelde Hof Arnhem-Leeuwarden dat de koopsom in beginsel gelijk is aan de waarde op het tijdstip waarop de koopovereenkomst wordt gesloten. Bij het bepalen van de prijs speelt wel een rol dat de woning op een later tijdstip zal worden geleverd. Dat wil niet zeggen dat de overeengekomen prijs de waarde van de woning op het tijdstip van levering representeert. De toekomstige marktomstandigheden zijn ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst nog niet bekend en kunnen dus niet worden meegenomen in de prijsbepaling.
De waarde van een onroerende zaak wordt op grond van de Wet WOZ vastgesteld op de prijs die de meestbiedende koper zou hebben besteed bij aanbieding ten verkoop op de voor de zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding. Daarbij wordt verondersteld dat de verkrijger de onroerende zaak onmiddellijk en in volle eigendom in gebruik kan nemen. Dat houdt in dat geen rekening wordt gehouden met omstandigheden als het bewoond, verhuurd of verpacht zijn van de onroerende zaak.
Overzicht:

Ministerie introduceert regelhulp premiekortingen
Om werkgevers te stimuleren om werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen, zijn de premiekortingen in het leven geroepen. Het gaat om oudere werknemers met een uitkering en om mensen met een arbeidshandicap. Werkgever... Lees verder »
Te lang gewerkt aan re-integratie in eigen functie
Werkgevers zijn verplicht om gedurende de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid het loon van de werknemer door te betalen. Deze loondoorbetalingsverplichting kan verlengd worden met een jaar wanneer het UWV van mening is dat de werkgever er... Lees verder »
Belastingheffing box 3 in strijd met eigendomsrecht?
De vermogensrendementsheffing van box 3 is door de wetgever aangemerkt als een inkomstenbelasting. Als grondslag voor de belastingheffing wordt een forfaitair rendement over de waarde van het vermogen genomen. Het rendement is vastgesteld op 4%. Volg... Lees verder »
Transitievergoeding en arbeidsongeschiktheid
De Wet werk en zekerheid heeft een aantal wijzigingen in het arbeidsrecht aangebracht. Een van deze wijzigingen is de verplichting voor de werkgever om bij ontslag een zogenaamde transitievergoeding te betalen.TransitievergoedingDe werkgever is allee... Lees verder »
Einde 30%-regeling door periode tussen dienstbetrekkingen
Volgens de Hoge Raad is de 30%-regeling terecht beĆ«indigd wanneer tussen twee dienstbetrekkingen in meer dan drie maanden niet gewerkt wordt, ongeacht de reden daartoe.De procedure betrof een ingekomen werknemer die tijdens de looptijd van de 30%-re... Lees verder »

