Actueel

Afroommethode als geen vergelijkbaar loon kan worden gevonden
De gebruikelijkloonregeling geldt voor aandeelhouders die werken voor een vennootschap waarin zij een aanmerkelijk belang hebben. Voor hun werkzaamheden moeten zij tenminste een gebruikelijk loon genieten. Dat is het loon dat aan werknemers zonder aanmerkelijk belang in vergelijkbare (tot 1 januari 2015 soortgelijke) dienstbetrekkingen wordt betaald. Wanneer de opbrengsten van een BV (nagenoeg) geheel voortvloeien uit de door de dga verrichte arbeid, kan op grond van een arrest van de Hoge Raad het gebruikelijke loon worden bepaald aan de hand van de opbrengsten minus kosten en lasten van de BV. Deze methode staat bekend als de afroommethode. Correctie van het daadwerkelijk betaalde loon is pas aan de orde als dat meer dan de toegestane marge afwijkt van het gebruikelijke loon.
Hof Den Haag is van oordeel dat de inspecteur de afroommethode mag toepassen ook als er soortgelijke dienstbetrekkingen bestaan en er dus op andere wijze een gebruikelijk loon kan worden bepaald. Het is echter niet toegestaan om de afroommethode alleen toe te passen in de jaren waarin de BV voldoende winst maakt en in andere jaren uit te gaan van het uitbetaalde loon. Dat leidt tot een onredelijke belastingheffing, aldus het hof.
De BV betaalde haar dga een loon dat was gebaseerd op het bedrag dat hij voorheen in dienstbetrekking ontving. De inspecteur en de BV waren het erover eens dat in soortgelijke dienstbetrekkingen het loon € 120.000 per jaar bedroeg. Rekening houdend met de doelmatigheidsmarge van destijds 30% moest het loon van de dga op € 84.000 worden gesteld.
Volgens Hof Amsterdam mag de afroommethode alleen worden toegepast wanneer het niet mogelijk is om een vergelijkbaar loon vast te stellen. Uit de formulering en de strekking van de Wet volgt dat eerst moet worden gezocht naar het loon dat een werkgever zou betalen voor vergelijkbare arbeid die wordt verricht door een werknemer die geen aanmerkelijkbelanghouder is.
De staatssecretaris van Financiën heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van Hof Den Haag. De A-G legt in zijn conclusie uit dat het doel van de regeling is om het fiscale loon vast te stellen op het niveau van een zakelijk te achten beloning. Eerst moet worden onderzocht of in de markt hogere lonen worden betaald aan personen die geen aanmerkelijkbelanghouder zijn en die vergelijkbare werkzaamheden in dienstbetrekking verrichten. De toepassing van de afroommethode leidt volgens de A-G tot een benadering van het bedrag wat het loon zou kunnen zijn. Als een vergelijkbaar loon gevonden kan worden is dit loon het in het economisch verkeer gebruikelijk loon. De afroommethode kan dan niet worden toegepast. De A-G onderschrijft daarmee de zienswijze van Hof Amsterdam.
Overzicht:

Internetconsultatie verbetering financierbaarheid mkb
Ter verbetering van de financierbaarheid van het midden- en kleinbedrijf (mkb) is in 2014 het Aanvullend Actieplan Mkb-financiering opgesteld. Als een uitvloeisel van dat actieplan is in september 2015 een pilot van start gegaan. Het doel van deze pi... Lees verder »
Eisen aan ingebrekestelling voor dwangsom
Wanneer een bestuursorgaan zoals de Belastingdienst te laat is met het nemen van een beslissing kan een dwangsom worden verbeurd. Daarvoor is een schriftelijke ingebrekestelling nodig. De Hoge Raad heeft in een aantal arresten de eisen opgesomd waara... Lees verder »
Hoge Raad vindt box 3-belasting niet buitensporig
Volgens de Hoge Raad is de belastingheffing in box 3 van de inkomstenbelasting geen buitensporig hoge last. De belastingheffing in box 3 gaat uit van een forfaitair rendement op vermogen van 4%. Het werkelijk behaalde rendement op vermogen is niet va... Lees verder »
Erfgenamen beschermd tegen onverwachte schulden
Het erfrecht is onlangs op twee onderdelen gewijzigd. Een daartoe strekkend wetsvoorstel is door de Eerste Kamer aangenomen.Het erfrecht biedt erfgenamen de keuze tussen zuivere aanvaarding, aanvaarding onder het voorrecht van boedelbeschrijving en v... Lees verder »
Beroepschrift was acht minuten te laat
De termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken. De termijn begint te lopen op de dag na de dag waarop de uitspraak op bezwaar is gedagtekend. Een beroepschrift is op tijd als het voor het einde van de termijn door de griffie van de r... Lees verder »

