Actueel

Wettelijke bedenktijd na beëindiging met wederzijds goedvinden
Een arbeidsovereenkomst kan eindigen door opzegging door een van de partijen of met wederzijds goedvinden. Beëindiging met wederzijds goedvinden moet schriftelijk worden vastgelegd, bijvoorbeeld in een beëindigingsovereenkomst. Die voorwaarde van schriftelijke vastlegging is per 1 juli 2015 ingevoerd. Wordt de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden ontbonden dan heeft de werknemer een bedenktijd van twee weken. In deze periode kan de werknemer zonder opgaaf van redenen terugkomen op de beëindigingsovereenkomst. Dat moet hij doen in een schriftelijke verklaring die hij aan de werkgever stuurt. De termijn van twee weken begint te lopen op de dag waarop de beëindigingsovereenkomst tot stand is gekomen. Over de vraag wanneer de beëindigingsovereenkomst is gesloten ging een procedure bij de kantonrechter in Rotterdam.
Volgens de kantonrechter biedt de wettekst geen uitkomst bij de beantwoording van die vraag. De kantonrechter haalde de wetsgeschiedenis aan. Daaruit leidde hij af dat op het moment van ondertekening door de werknemer in ieder geval is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste van de wet. In een arrest over het schriftelijkheidsvereiste bij een concurrentiebeding heeft de Hoge Raad in 2008 in die zin geoordeeld. Op basis van dit uitgangspunt oordeelde de kantonrechter dat de werknemer nog op tijd was met zijn brief waarin hij de ontbinding van de beëindigingsovereenkomst inriep. Wanneer de kantonrechter als uitgangspunt de datum waarop tussen de advocaten van partijen overeenstemming over de beëindigingsovereenkomst was bereikt had genomen, zou de bedenktijd zijn verstreken op het moment waarop de werknemer de overeenkomst wilde ontbinden.
Opmerkelijk in deze procedure was dat de advocaat van de werknemer enkele weken later in een e-mail aan de advocaat van de werkgever meedeelde dat de werknemer alsnog instemde met de beëindigingsovereenkomst. Volgens de kantonrechter had de werknemer daarmee de eerdere ontbinding ongedaan gemaakt. De werkgever mocht erop vertrouwen dat deze mededeling namens de werknemer was gedaan. Na deze mededeling ging geen nieuwe bedenktijd lopen.
Overzicht:

Betalingscriterium voor willekeurige afschrijving
Willekeurige afschrijving op bedrijfsmiddelen is mogelijk mits voor de verwerving of verbetering van het bedrijfsmiddel verplichtingen zijn aangegaan of voortbrengingskosten zijn gemaakt. Het bedrag van de willekeurige afschrijving kan voor de ingebr... Lees verder »
BV met leegstaande kantoorvilla is ondernemer voor omzetbelasting
Ondernemer voor de omzetbelasting is iedereen die zelfstandig een bedrijf uitoefent. Voor de kwalificatie als ondernemer is niet van belang of er een winstdoelstelling is. Ook de met de activiteiten behaalde resultaten zijn niet van belang. Ook voorb... Lees verder »
Wetsvoorstel aanpassing fiscale eenheid aangenomen
Het wetsvoorstel ter aanpassing van de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting is door de Eerste Kamer als hamerstuk aangenomen. Aanpassing van het regime van de fiscale eenheid was nodig door uitspraken van het Hof van Justitie EU. Volgens die ... Lees verder »
Notariële akte van levering is geen factuur
Wie op een factuur omzetbelasting vermeldt, die hij op grond van de normale regels niet verschuldigd is, wordt die belasting verschuldigd op het tijdstip waarop hij die factuur uitreikt. De Hoge Raad heeft in een arrest van 4 maart 2016 gezegd dat ee... Lees verder »
Arbeidsbeloning
De gebruikelijkloonregeling is van toepassing op een werknemer met een aanmerkelijk belang in de bv waarvoor hij werkt. In de regel gaat het om de directeur-grootaandeelhouder (dga) en zijn partner. Het loon van een dga moet ten minste gelijk zijn aa... Lees verder »

