Actueel

Voorziening voor verlies uit borgstelling

Voorziening voor verlies uit borgstelling

Het rendabel maken van vermogenbestanddelen, waaronder het verstrekken van geldleningen door een aanmerkelijkbelanghouder aan de BV waarin hij een aanmerkelijk belang heeft, vormt een werkzaamheid voor de inkomstenbelasting.

De dga van een BV verbond zich zowel in 2005 als in 2008 jegens de bank als borg voor vorderingen die de bank had op de BV. Beide borgstellingen waren beperkt tot een bedrag van € 150.000. De BV betaalde de dga per vier weken per borgstelling een vergoeding van € 1.000. In verband met de verslechterde financiële positie van de BV wilde de dga in 2010 een voorziening van € 300.000 vormen ten laste van zijn inkomen. In 2013 sprak de bank de dga als borg aan. Uiteindelijk betaalde de dga ter finale afwikkeling van de borgstellingen een bedrag van € 200.000 aan de bank. De inspecteur accepteerde de gevormde voorziening niet, omdat de borgstellingen naar zijn mening waren verstrekt vanuit de positie als aandeelhouder. De inspecteur merkte de borgstellingen aan als onzakelijk. De rechtbank stond een beperkte voorziening toe. De inspecteur ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank.

Hof Arnhem-Leeuwarden was van oordeel dat de borgstelling uit 2005 zakelijk was. De bedongen vergoeding was hoger dan de rente die de BV moest betalen op een in 2007 door een tweede bank verstrekt rekening-courantkrediet met een vergelijkbare hoogte als de borgstelling. De bank verlangde voor dat krediet geen zekerheid. De dga kon het verlies uit deze borgstelling ten laste van zijn inkomen brengen door de vorming van een voorziening.
De in 2008 verstrekte borgstelling was volgens het hof niet zakelijk. Ondanks de verslechterde financiële toestand van de BV werd de borgstellingsvergoeding niet aangepast. Het hof vond aannemelijk dat een onafhankelijke derde niet bereid zou zijn geweest zich borg te stellen voor de schulden van de BV onder deze voorwaarden. Er kon geen vergoeding worden bepaald die voor een onafhankelijke derde acceptabel zou zijn om de borgstelling te aanvaarden. Het verlies uit de tweede borgstelling kon niet ten laste van het inkomen van de dga worden gebracht.

Volgens het hof moest het door de dga in 2013 aan de bank betaalde bedrag uit de borgstellingen in gelijke delen aan beide borgstellingen worden toegerekend. Omdat slechts het verlies uit de eerste borgstelling ten laste van het inkomen kon worden gebracht, beperkte het hof de voorziening tot een bedrag van € 100.000. Daarmee onderschreef het hof het oordeel van de rechtbank.

Overzicht:

  • Aanpassing ketenbepaling seizoensarbeid

    Aanpassing ketenbepaling seizoensarbeid

    Bij Koninklijk Besluit van 8 juni 2016 is de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie in werking getreden per 18 juni 2016. Onderdeel van deze wet is een bepaling die een aanpassing van de Wet werk en zekerheid (Wwz) inhoud... Lees verder »
  • Optredens van artiesten

    Optredens van artiesten

    Voor de optredens van artiesten en buitenlandse beroepssporters geldt een bijzondere regeling voor de loonheffingen. Deze artiesten- en beroepssportersregeling is van toepassing als iemand een artiest of sporter inhuurt voor een publiek optreden of e... Lees verder »
  • Uitwerking Autobrief II aangenomen

    Uitwerking Autobrief II aangenomen

    De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel uitwerking Autobrief II aangenomen. De wet uitwerking Autobrief II bevat het beleid op het gebied van de autobelastingen voor de periode van 2017 tot en met 2020. Het gaat niet alleen om de bijtellingspercentage... Lees verder »
  • Voorstel reparatie bedrijfsopvolgingsregeling

    Voorstel reparatie bedrijfsopvolgingsregeling

    De Successiewet kent een bijzondere faciliteit voor de schenking en vererving van ondernemingsvermogen. Deze bedrijfsopvolgingsregeling houdt in dat de verkrijging van ondernemingsvermogen tot een bedrag van ongeveer € 1 miljoen is vrijgesteld. Is ... Lees verder »
  • Invoering bestuursverbod na faillissementsfraude

    Invoering bestuursverbod na faillissementsfraude

    Met ingang van 1 juli 2016 is het mogelijk om een civielrechtelijk bestuursverbod op te leggen. Het verbod kan worden opgelegd aan een bestuurder die faillissementsfraude heeft gepleegd of die zich heeft misdragen in de aanloop naar een faillissement... Lees verder »