Actueel

Kwijtscheldingswinst terbeschikkingstelling

Kwijtscheldingswinst terbeschikkingstelling

Het aanhouden van een vordering op een BV, waarin de geldverstrekker een aanmerkelijk belang heeft, valt onder het begrip werkzaamheid van de Wet IB 2001. Een regresvordering uit een borgstelling door een aanmerkelijkbelanghouder voor een schuld van de BV is een dergelijke vordering. De borg heeft de verplichting om aan de crediteur van de BV te betalen wanneer de BV niet aan haar verplichtingen voldoet. Deze verplichting is onderdeel van het werkzaamheidsvermogen van de aanmerkelijkbelanghouder vanaf het moment van het aangaan van de borgstelling. Het resultaat uit een werkzaamheid wordt op dezelfde wijze bepaald als de winst uit een onderneming. Van de winst uit onderneming is uitgezonderd het voordeel dat een ondernemer behaalt als een schuldeiser van de ondernemer een vordering prijsgeeft, omdat de vordering oninbaar is. Deze bepaling geldt in beginsel ook voor het resultaat uit werkzaamheid.

Een dga stelde zich in 2007 borg voor een bedrag van € 150.000 voor een lening van een bank aan zijn BV. In 2010 heeft de bank het krediet van de BV opgezegd. Korte tijd later werd de BV failliet verklaard. In het faillissementsverslag vermeldde de curator dat hij verwachtte dat het faillissement wegens gebrek aan baten zou worden opgeheven. In 2011 sprak de bank de dga als borg aan. De dga kon het bedrag van € 150.000 niet betalen. Daarom bood hij aan om € 30.000 te betalen tegen finale kwijting. De bank aanvaardde dit voorstel.

De dga nam in zijn aangifte inkomstenbelasting over 2010 een voorziening op van € 150.000 in verband met de te verwachten betaling uit de borgstellingsverplichting. De inspecteur accepteerde de vorming van de voorziening ten laste van het inkomen van de dga. Daar stond tegenover dat hij in 2011 een winst van € 120.000 wilde opnemen wegens kwijtschelding van een deel van de verplichting. De dga stelde zich op het standpunt dat de kwijtscheldingswinst onbelast was.
Hof Den Haag was van oordeel dat de bank als een redelijk oordelende en zakelijk handelende crediteur heeft ingezien dat pogingen tot inning van een groter bedrag dan € 30.000 niets zouden opleveren. De conclusie van het hof is dat de vordering die de bank op de dga had niet voor meer dan € 30.000 voor verwezenlijking vatbaar was. Naar het oordeel van het hof is de kwijtscheldingswinst vrijgesteld.

Overzicht:

  • Experiment met vervroegde inzet no-riskpolis

    Experiment met vervroegde inzet no-riskpolis

    De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een ontwerpbesluit voor de vervroegde inzet van een no-riskpolis naar de Eerste en de Tweede Kamer gestuurd. In de begeleidende brief legt de minister uit dat het gaat om een experiment om mensen... Lees verder »
  • Afkoop lijfrente en revisierente

    Afkoop lijfrente en revisierente

    De premies voor een lijfrenteverzekering zijn onder voorwaarden aftrekbaar in de inkomstenbelasting. Daar staat tegenover dat de uitkeringen uit de lijfrente te zijner tijd belast zijn. Bij de afkoop van een lijfrenteverzekering wordt de ontvangen af... Lees verder »
  • Uitstel invoering kentekenplicht landbouwvoertuigen

    Uitstel invoering kentekenplicht landbouwvoertuigen

    Bij de Tweede Kamer is een wetsvoorstel in behandeling met betrekking tot de invoering van de kentekenplicht voor landbouwtrekkers en andere langzame motorvoertuigen. Aanvankelijk werd uitgegaan van inwerkingtreding van de kentekenplicht per 1 januar... Lees verder »
  • Uitbreiding kraamverlof partner

    Uitbreiding kraamverlof partner

    De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over de voorgenomen invoering van de uitbreiding van het kraamverlof voor de partner met drie dagen. Het UWV moet deze regeling gaan uitvoeren. Op dit mome... Lees verder »
  • Kosten onderneming niet aftrekbaar als persoonlijke verplichting

    Kosten onderneming niet aftrekbaar als persoonlijke verplichting

    Uitgaven voor scholing kunnen onder voorwaarden een aftrekpost vormen in de inkomstenbelasting. Het moet gaan om de uitgaven die iemand doet voor het volgen van een opleiding, die is gericht op het verwerven van inkomen in box 1. De opleiding kan gev... Lees verder »