Actueel

Recht op WW voor echtgenote ondernemer

Recht op WW voor echtgenote ondernemer

In een procedure over het recht op een WW-uitkering heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat de echtgenote van een ondernemer bij hem in dienstbetrekking werkte.

De vrouw was in de loop van het jaar 2000 in dienst getreden. In 2007 trouwde zij met haar werkgever. In 2014 werd de werkgever failliet verklaard. Vanwege de slechte financiële situatie van de onderneming had de vrouw vanaf 1 januari 2013 geen loon meer ontvangen. Nadat de curator de arbeidsovereenkomst voor zover nodig had opgezegd, vroeg de vrouw het UWV om overname van de betalingsverplichtingen van de onderneming en vroeg zij een WW-uitkering aan. Beide verzoeken werden afgewezen omdat haar arbeidsrelatie door het ontbreken van een gezagsverhouding geen dienstbetrekking was. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat in 2000 sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Bij haar start golden voor de vrouw geen andere werkafspraken dan voor het overige personeel. Er was sprake van een gezagsverhouding. Volgens de Hoge Raad verzet de rechtszekerheid zich tegen een geruisloze vervanging van een arbeidsovereenkomst in een andere overeenkomst op grond waarvan arbeid anders dan in dienstbetrekking wordt verricht. Als vaststaat dat een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen, moet de vraag of deze overeenkomst nadien is beëindigd worden beoordeeld aan de hand van de wettelijke regels over het einde van arbeidsovereenkomsten. Dat op enig moment de arbeidsovereenkomst uitdrukkelijk is vervangen door een andere overeenkomst kon niet worden vastgesteld.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het niet ondernemen van actie om vanaf januari 2013 haar loon betaald te krijgen wel van invloed kan zijn op de hoogte van het dagloon, maar niet van belang is voor de uitleg van de arbeidsovereenkomst. De wettelijke verplichting van de werkgever om het loon te betalen is niet vervallen.

Overzicht:

  • Einde terbeschikkingstelling

    Einde terbeschikkingstelling

    De verhuur van een pand aan een vennootschap door iemand die in die vennootschap een aanmerkelijk belang heeft, is een werkzaamheid die wordt belast in box 1. Die werkzaamheid eindigt op het moment waarop niet langer sprake is van een aanmerkelijk be... Lees verder »
  • Terbeschikkingstelling wordt onderneming

    Terbeschikkingstelling wordt onderneming

    De terbeschikkingstellingsregeling van box 1 van de Wet IB 2001 omvat onder andere het ter beschikking stellen van onroerende zaken aan de onderneming van de echtgenoot. Wanneer de eigenaar van deze onroerende zaken toetreedt in een VOF waarin de ond... Lees verder »
  • Afroommethode als geen vergelijkbaar loon kan worden gevonden

    Afroommethode als geen vergelijkbaar loon kan worden gevonden

    De gebruikelijkloonregeling geldt voor aandeelhouders die werken voor een vennootschap waarin zij een aanmerkelijk belang hebben. Voor hun werkzaamheden moeten zij tenminste een gebruikelijk loon genieten. Dat is het loon dat aan werknemers zonder aa... Lees verder »
  • Verkoopopbrengst van invloed op eerdere waardering

    Verkoopopbrengst van invloed op eerdere waardering

    De waarde van verhuurde onroerende zaken, die in box 3 van de Wet IB 2001 vallen, moet worden gesteld op de waarde in het economische verkeer.De Belastingdienst legde aan een eigenaar van een aantal verhuurde panden navorderingsaanslagen inkomstenbel... Lees verder »
  • Schadevergoeding wegens beëindiging loonsanctie

    Schadevergoeding wegens beëindiging loonsanctie

    Werkgevers zijn verplicht om het loon van werknemers tijdens ziekte door te betalen. Deze loondoorbetalingsplicht eindigt in beginsel na 104 weken ziekte. De periode van verplichte loondoorbetaling kan worden verlengd met 52 weken bij wijze van sanct... Lees verder »