Actueel

Lening van ouders aan zoon was onzakelijk

Lening van ouders aan zoon was onzakelijk

Een lening tussen gelieerde partijen is onzakelijk als de geldverstrekker daarbij een debiteurenrisico accepteert dat een derde niet zou hebben aanvaard, ook niet voor een hogere rente. De gevolgen van onzakelijkheid van een lening zijn dat een eventueel verlies op de lening fiscaal niet ten laste van het inkomen mag worden gebracht. Een voorbeeld van een lening tussen gelieerde partijen is een lening van ouders aan een kind. Ook dan moet zakelijk worden gehandeld. Dat blijkt uit een arrest van de Hoge Raad.

De procedure had betrekking op een door ouders aan hun zoon verstrekte lening om zijn beginnende onderneming te financieren. De lening viel, als een vorm van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling, in box 1 van de inkomstenbelasting. Dat houdt in dat een afwaardering van de lening in beginsel ten laste van het inkomen kan worden gebracht. Er was geen overeenkomst op papier gezet. Zekerheden voor betaling van rente en aflossing waren niet bedongen of verstrekt. Afspraken over aflossing ontbraken. Gedurende de looptijd van de lening werd niet afgelost. Rente was niet bedongen. De onderneming leed in een reeks van jaren verlies, maar dat weerhield de ouders er niet van hun zoon meer geld te lenen. Banken of andere financiële instellingen wilden de onderneming van de zoon niet financieren. Omdat de zoon de lening niet kon terugbetalen, scholden de ouders hem een deel van de lening kwijt. Hof Den Bosch merkte de lening aan als onzakelijk, met als gevolg dat de afwaardering van de lening door de kwijtschelding niet ten laste van het belastbaar inkomen van de ouders kwam.

De Hoge Raad onderschrijft het oordeel van het hof. Volgens de Hoge Raad is er geen reden om een geldlening die als ongebruikelijke terbeschikkingstelling wordt aangemerkt anders te beoordelen dan geldleningen tussen gelieerde partijen. Het onzakelijk genomen debiteurenrisico bevindt zich ook dan in de privésfeer.

Overzicht:

  • Mantelzorgcompliment en partnervrijstelling

    Mantelzorgcompliment en partnervrijstelling

    Per 1 januari 2010 is de partnerregeling voor de erfbelasting voor mantelzorgers ingevoerd. Die regeling vormt een uitzondering op de regel dat bloedverwanten in de rechte lijn voor de heffing van erfbelasting niet elkaars partner kunnen zijn. Om te ... Lees verder »
  • Saren in het buitenland

    Saren in het buitenland

    Partijen die in Nederland spaarproducten aanbieden aan particulieren hebben daarvoor een vergunning nodig en zijn geregistreerd bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Hoeveel mensen via bemiddelaars sparen in het buitenland is niet bekend. Wel ... Lees verder »
  • Besluit teruggaaf dividendbelasting voor niet-ingezetenen

    Besluit teruggaaf dividendbelasting voor niet-ingezetenen

    Naar aanleiding van jurisprudentie van het Hof van Justitie EU en de Hoge Raad over de belastingheffing bij portfolioaandelen in een Nederlandse vennootschap heeft de staatssecretaris van Financiën een besluit uitgevaardigd. Volgens deze jurispruden... Lees verder »
  • Wetsvoorstel aanpassing Arbeidsomstandighedenwet

    Wetsvoorstel aanpassing Arbeidsomstandighedenwet

    Bij de Tweede Kamer is een wetsvoorstel in behandeling ter aanpassing van de Arbeidsomstandighedenwet. De aanpassingen betreffen:de versterking van de positie van de preventiemedewerker; het verduidelijken van de adviserende rol van de bedrijfsarts; ... Lees verder »
  • Premiegevolgen samenvoeging WGA-vast en WGA-flex

    Premiegevolgen samenvoeging WGA-vast en WGA-flex

    Per 1 januari 2013 is de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid van ziektewetgerechtigden (Wet BEZAVA) in werking getreden. De bedoeling van deze wet is het stimuleren van de werkhervatting, vermindering van langdurig ziekteverzuim en d... Lees verder »