Actueel

Lening van ouders aan zoon was onzakelijk
Een lening tussen gelieerde partijen is onzakelijk als de geldverstrekker daarbij een debiteurenrisico accepteert dat een derde niet zou hebben aanvaard, ook niet voor een hogere rente. De gevolgen van onzakelijkheid van een lening zijn dat een eventueel verlies op de lening fiscaal niet ten laste van het inkomen mag worden gebracht. Een voorbeeld van een lening tussen gelieerde partijen is een lening van ouders aan een kind. Ook dan moet zakelijk worden gehandeld. Dat blijkt uit een arrest van de Hoge Raad.
De procedure had betrekking op een door ouders aan hun zoon verstrekte lening om zijn beginnende onderneming te financieren. De lening viel, als een vorm van een ongebruikelijke terbeschikkingstelling, in box 1 van de inkomstenbelasting. Dat houdt in dat een afwaardering van de lening in beginsel ten laste van het inkomen kan worden gebracht. Er was geen overeenkomst op papier gezet. Zekerheden voor betaling van rente en aflossing waren niet bedongen of verstrekt. Afspraken over aflossing ontbraken. Gedurende de looptijd van de lening werd niet afgelost. Rente was niet bedongen. De onderneming leed in een reeks van jaren verlies, maar dat weerhield de ouders er niet van hun zoon meer geld te lenen. Banken of andere financiële instellingen wilden de onderneming van de zoon niet financieren. Omdat de zoon de lening niet kon terugbetalen, scholden de ouders hem een deel van de lening kwijt. Hof Den Bosch merkte de lening aan als onzakelijk, met als gevolg dat de afwaardering van de lening door de kwijtschelding niet ten laste van het belastbaar inkomen van de ouders kwam.
De Hoge Raad onderschrijft het oordeel van het hof. Volgens de Hoge Raad is er geen reden om een geldlening die als ongebruikelijke terbeschikkingstelling wordt aangemerkt anders te beoordelen dan geldleningen tussen gelieerde partijen. Het onzakelijk genomen debiteurenrisico bevindt zich ook dan in de privésfeer.
Overzicht:

Eindoordeel Hoge Raad over 150-kmgrens in 30%-regeling
Het Hof van Justitie EU heeft in 2015 prejudiciële vragen van de Hoge Raad over de 150-kmgrens in de 30%-regeling beantwoord. Volgens het Hof van Justitie EU is deze beperking toegestaan en is geen sprake van indirecte discriminatie of van een belem... Lees verder »
Wanneer volgt teruggave dividendbelasting aan buitenlandse aandeelhouder?
Bij de uitkering van dividend door een Nederlandse vennootschap moet 15% dividendbelasting worden ingehouden. De dividendbelasting wordt voor particuliere aandeelhouders verrekend met de inkomstenbelasting. Vennootschappen kunnen de ingehouden divide... Lees verder »
Kortingsregeling 30%-regeling niet discriminerend
Voor uit het buitenland afkomstige werknemers, die beschikken over een op de Nederlandse markt schaarse deskundigheid, kent de loonbelasting een bijzondere regeling. Deze zogenaamde 30%-regeling houdt in dat 30% van de totale bruto beloning als belas... Lees verder »
Reactie staatssecretaris Financiën over box 3
De staatssecretaris van Financiën heeft in een brief aan de Tweede Kamer uiteengezet waarom hij de opvatting van de Advocaat-Generaal (A-G) over de belastingheffing in box 3 niet deelt. De A-G stelt in een conclusie dat de belastingheffing in box 3 ... Lees verder »
Teruggave dividendbelasting voor buitenlandse vennootschap?
Volgens een arrest van het Hof van Justitie EU mag de belasting op dividenden die aan niet-ingezetenen wordt uitgekeerd niet hoger zijn dan de belasting op dividenden voor ingezetenen. Een vergelijking van de belastingdruk op dividenden van niet-inge... Lees verder »

