Actueel

Tijdelijk verhoogde schenkingsvrijstelling
De Successiewet kent een verhoging van de vrijstelling voor een schenking van ouders aan kinderen. Deze verhoogde vrijstelling kan eenmaal worden toegepast. Er geldt een extra verhoging van de vrijstelling voor een schenking die betrekking heeft op de eigen woning. Ook die verhoging geldt eenmalig. Wel kan de extra verhoging afzonderlijk worden toegepast als in een eerder jaar de reguliere verhoogde vrijstelling is gebruikt. In het laatste kwartaal van 2013 en in 2014 gold een extra verhoging. Vooruitlopend op een aanpassing van de wet heeft de staatssecretaris van Financiën in een besluit van 16 september 2013 goedgekeurd dat het bedrag van de eenmalig verhoogde vrijstelling van het schenkingsrecht werd verhoogd tot € 100.000. Aan de goedkeuring waren enkele voorwaarden verbonden. De schenking moest betrekking hebben op de eigen woning en gedaan worden tussen 1 oktober en 31 december 2013. Vervolgens is de wet voor het jaar 2014 aangepast, waardoor het van schenkbelasting vrijgestelde bedrag werd verhoogd tot € 100.000 voor een schenking met betrekking tot een eigen woning. Voor zover het een schenking van de ouders betrof werd het bedrag van de vrijstelling verminderd met het bedrag van een eerder toegepaste verhoogde vrijstelling.
Een kind ontving in november 2013 een bedrag van € 70.000 van haar vader. In de aangifte schenkbelasting deed zij een beroep op de tijdelijk extra verhoogde vrijstelling. Dat beroep werd gehonoreerd. Vervolgens schonk vader in 2014 een bedrag van € 30.000. In de aangifte werd een beroep gedaan op de tijdelijk verruimde schenkvrijstelling. Dat werd geweigerd. Volgens de Belastingdienst was slechts de reguliere jaarlijkse vrijstelling van € 5.229 van toepassing op deze schenking.
De rechtbank onderschreef het standpunt van de Belastingdienst. Noch uit de wettekst noch uit de wetsgeschiedenis is af te leiden dat zowel voor de schenking in 2013 als voor de schenking in 2014 een beroep gedaan kon worden op de tijdelijk verruimde schenkvrijstelling. Volgens de rechtbank had de belanghebbende kunnen weten dat zij door te kiezen voor toepassing van de tijdelijk verruimde schenkvrijstelling voor de schenking in 2013 in 2014 van deze vrijstelling geen gebruik kon maken. De rechtbank onderkent dat de belanghebbende voordeliger uit had kunnen zijn door in 2013 een beroep te doen op de verhoogde vrijstelling en vervolgens in 2014 op de tijdelijk verruimde vrijstelling. Per saldo zou dan een groter deel van de schenking zijn vrijgesteld. Toch leidde dat niet tot honorering van het beroep. Het is een bewuste keuze van de wetgever geweest om de toepassing van de tijdelijk verruimde vrijstelling slechts in één kalenderjaar toe te staan. Dat geldt zowel voor iemand die de verhoogde vrijstelling in een eerder jaar heeft gebruikt als voor iemand die dat niet heeft gedaan.
Overzicht:

Bijtelling
Voor het privégebruik van een auto van de zaak moet een bijtelling bij het inkomen plaatsvinden. De bijtelling bedraagt in beginsel 25% van de waarde van de auto. De wet gaat ervan uit dat een auto van de zaak niet alleen voor zakelijk maar ook voor... Lees verder »
Uitzenden medisch personeel
Er geldt een vrijstelling van omzetbelasting voor ziekenhuisverpleging, medische verzorging en voor daarmee nauw samenhangende handelingen. Volgens jurisprudentie van het Hof van Justitie EU wordt onder medische verzorging verstaan diensten die de di... Lees verder »
Overdrachtsbelasting over tegenprestatie
Bij de levering van een onroerende zaak moet de koper overdrachtsbelasting betalen. Volgens de tekst van de wet wordt overdrachtsbelasting berekend over de waarde in het economisch verkeer van de onroerende zaak. De waarde in het economisch verkeer i... Lees verder »
Geen MIA door gebruik niet gecertificeerd hout
Ondernemers, die investeren in nieuwe bedrijfsmiddelen die zijn aangewezen als milieu-investeringen, hebben recht op milieu-investeringsaftrek (MIA). Welke bedrijfsmiddelen als milieu-investeringen zijn aangewezen is te zien in de jaarlijks gepublice... Lees verder »
Toepassing urencriterium
Een ondernemer heeft recht op zelfstandigenaftrek als hij aan het urencriterium voldoet. Het urencriterium houdt in dat de ondernemer in het kalenderjaar ten minste 1.225 uren aan zijn onderneming moet besteden. Wanneer de ondernemer daarnaast in loo... Lees verder »

