Actueel

Besluit teruggaaf dividendbelasting voor niet-ingezetenen
Naar aanleiding van jurisprudentie van het Hof van Justitie EU en de Hoge Raad over de belastingheffing bij portfolioaandelen in een Nederlandse vennootschap heeft de staatssecretaris van Financiën een besluit uitgevaardigd. Volgens deze jurisprudentie is de Nederlandse wettelijke regeling voor een niet-ingezeten aandeelhouder mogelijk in strijd met de vrijheid van kapitaalverkeer. De definitieve belastingdruk op uitgekeerde dividenden in Nederland kan zwaarder zijn voor een niet-ingezeten aandeelhouder dan voor een ingezeten aandeelhouder. Vooruitlopend op aanpassing van de wetgeving wordt nu geregeld dat deze tekortkoming wordt weggenomen.
In het besluit wordt ook ingegaan op de gevolgen voor de inkomstenbelasting voor niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen met Nederlandse vermogensbestanddelen in box 3. Volgens de huidige wettelijke regeling hebben zij geen recht op het heffingvrije vermogen. Volgens het Hof van Justitie EU is het heffingvrije vermogen geen voordeel dat samenhangt met de persoonlijke en gezinssituatie van een belastingplichtige. De staatssecretaris leidt daaruit af dat het heffingvrije vermogen ook moet worden toegekend aan niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen.
Het besluit is niet van toepassing op de teruggaaf van dividendbelasting aan bepaalde vrijgestelde buitenlandse lichamen en ook niet op niet-ingezeten aandeelhouders die voor het ontvangen dividend als buitenlands belastingplichtige zijn onderworpen aan de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting.
Overzicht:

Kamerbrief spoedreparatie fiscale eenheid
De staatssecretaris van Financiën heeft vragen van de vaste commissie voor Financiën van de Eerste Kamer beantwoord over de aangekondigde spoedreparatie met betrekking tot het regime van de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting. De maatregel... Lees verder »
Geleidelijke afbouw verrekening algemene heffingskorting
Belastingplichtigen hebben recht op de algemene heffingskorting in de inkomstenbelasting. Belastingplichtigen zonder inkomen hebben slechts recht op uitbetaling voor zover zij een partner hebben die voldoende inkomen heeft om ook de heffingskorting v... Lees verder »
Uitzondering partnerschap ex-pleegkind
Voor de Wet IB 2001 en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) kan een kind jonger dan 27 jaar niet de partner zijn van zijn ouder. Een pleegkind geldt als een kind, op voorwaarde dat het wordt opgevoed en onderhouden als een eigen kin... Lees verder »
Gevolgen einde dienstverband voor leasecontract
Werkgevers, die aan werknemers een auto ter beschikking stellen, hanteren vaak gebruikersovereenkomsten waarin de rechten en verplichtingen worden vastgelegd van de werknemer. Het is niet ongebruikelijk om in een dergelijke overeenkomst een regeling ... Lees verder »
Fictieve erfrechtelijke verkrijgingen
De Successiewet bevat een aantal fictiebepalingen. Een van deze bepalingen merkt alles wat iemand ten koste van het vermogen van de erflater heeft verkregen aan als een erfrechtelijke verkrijging wanneer de erflater tot aan zijn overlijden daarvan he... Lees verder »

