Actueel

Hof keurt verdergaande grensoverschrijdende fiscale eenheid goed

Hof keurt verdergaande grensoverschrijdende fiscale eenheid goed

Als een gevolg van jurisprudentie van het Hof van Justitie EU moet de regeling van de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting worden aangepast. Volgens het Hof van Justitie EU is de Nederlandse regelgeving in bepaalde situaties in strijd met de Europeesrechtelijke vrijheid van vestiging. Vooruitlopend op een aanpassing van de wet heeft de staatssecretaris in een besluit goedgekeurd dat een fiscale eenheid van zustermaatschappijen onder omstandigheden mogelijk is. Een van de voorwaarden is dat de zustermaatschappijen via een in de EU of de EER gevestigde topmaatschappij of tussenmaatschappij zijn verbonden.

Hof Arnhem-Leeuwarden is van oordeel dat een fiscale eenheid ook mogelijk moet zijn tussen in Nederland gevestigde zustermaatschappijen die niet aan de laatste voorwaarde voldoen. Het hof staat de vorming van een fiscale eenheid toe tussen zustermaatschappijen die via twee in Israel gevestigde tussenmaatschappijen in handen zijn van een eveneens in Israel gevestigde moedermaatschappij. De moedermaatschappij en de tussenmaatschappijen hebben geen vaste inrichting in Nederland.

Het hof komt tot zijn oordeel op grond van de non-discriminatiebepaling in het verdrag met Israel. De situatie van de zustermaatschappijen wordt vergeleken met de zuiver binnenlandse situatie van zustermaatschappijen met een hier gevestigde en in de fiscale eenheid opgenomen moedermaatschappij. Volgens het hof is het verschil in behandeling niet gerechtvaardigd door de omstandigheid dat in de zuiver binnenlandse situatie de gezamenlijke moedermaatschappij moet worden opgenomen in de consolidatie, terwijl daaraan in de situatie van de zustermaatschappijen niet is en niet kan worden voldaan. Bij welke tot de fiscale eenheid behorende maatschappij de consolidatie dan plaats dient te vinden vindt het hof in dit verband niet relevant. Ook het niet onderworpen zijn aan de Nederlandse vennootschapsbelasting van de moedermaatschappij vindt het hof geen reden om de zustermaatschappijen de mogelijkheid om een fiscale eenheid te vormen te ontzeggen.

De vraag is of het hof de non-discriminatiebepaling niet te ruim heeft uitgelegd door de vergelijking te maken met een binnenlandse fiscale eenheid. Omdat deze uitspraak verder gaat dan het wetsvoorstel ter aanpassing van de regeling van de fiscale eenheid zal de staatssecretaris vermoedelijk in cassatie gaan bij de Hoge Raad. Mocht de Hoge Raad de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden in stand laten, dan zal dat tot gevolg hebben dat het wetsvoorstel zal worden aangepast of dat de wet nogmaals moet worden aangepast.

Opmerking verdient nog dat het door de zustermaatschappijen gewenste resultaat bereikt had kunnen worden door de oprichting van een in Nederland gevestigde tussenholding die als moedermaatschappij van een fiscale eenheid met de Nederlandse zustermaatschappijen had kunnen fungeren. Onduidelijk is waarom niet voor die optie is gekozen.

Overzicht:

  • Ontbindende voorwaarde in arbeidsovereenkomst

    Ontbindende voorwaarde in arbeidsovereenkomst

    Een arbeidsovereenkomst kan een ontbindende voorwaarde bevatten. Wanneer de ontbindende voorwaarde is vervuld eindigt in beginsel de arbeidsovereenkomst. Het is echter mogelijk dat de voorwaarde niet past binnen het gesloten stelsel van het ontslagre... Lees verder »
  • Kamervragen afschaffing VAR

    Kamervragen afschaffing VAR

    In antwoord op Kamervragen over de afschaffing van de VAR heeft de staatssecretaris van FinanciĆ«n nog maar eens aangegeven dat de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) geen verandering heeft gebracht in de wettelijke kwalificatie van ee... Lees verder »
  • Geen managementovereenkomst maar dienstbetrekking

    Geen managementovereenkomst maar dienstbetrekking

    Wie in een privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam is, is verplicht verzekerd voor de WW, de ZW en de Wet WIA. De premies worden betaald door de werkgever. Er is sprake van een privaatrechtelijke dienstbetrekking als is voldaan aan drie voorwaar... Lees verder »
  • Bijtelling auto van de zaak

    Bijtelling auto van de zaak

    De regelgeving rondom de bijtelling voor de auto van de zaak is als volgt. Eerst moet de vraag worden beantwoord of er een auto aan de werknemer ter beschikking is gesteld. Is dat het geval, dan geldt de veronderstelling dat de terbeschikkingstelling... Lees verder »
  • Urenregistratie ten behoeve van zelfstandigenaftrek

    Urenregistratie ten behoeve van zelfstandigenaftrek

    Een ondernemer heeft recht op toepassing van de zelfstandigenaftrek als hij aan het urencriterium voldoet. Het urencriterium houdt in dat de ondernemer in een kalenderjaar ten minste 1.225 uren aan zijn onderneming moet besteden. Daarnaast geldt de e... Lees verder »