Actueel

Geen voorziening bodemsanering, wel voor onderzoekskosten

Geen voorziening bodemsanering, wel voor onderzoekskosten

Een onderneming kan ten laste van de winst een voorziening vormen voor uitgaven die aan de bedrijfsuitoefening zijn toe te rekenen en die in de toekomst met een redelijke mate van zekerheid moeten worden gedaan.

Een BV wilde ten laste van de winst van 2011 een voorziening vormen voor de kosten van sanering van bodemverontreiniging. De verontreiniging was al in 1999 geconstateerd en destijds als urgent aangemerkt. Volgens een besluit van Gedeputeerde Staten uit 2014 betrof het een geval van ernstige verontreiniging, maar was het niet spoedeisend. Wel werd de verplichting tot monitoren van de verontreiniging opgelegd.

Volgens de BV bestond ten tijde van het opstellen van de aangifte Vpb 2011 een redelijke mate van zekerheid dat de uitgaven voor de bodemsanering zouden moeten worden gemaakt. De Belastingdienst wilde dat ook met het besluit van de Gedeputeerde Staten rekening werd gehouden, omdat ook feiten die zich hebben voorgedaan na het opstellen van de aangifte in de beoordeling moeten worden betrokken. Afspraken gemaakt met de provincie over de sanering waren nog niet gemaakt en het bedrijf kon zonder hinder worden voortgezet. De rechtbank onderschreef de opvatting van de Belastingdienst dat rekening met het besluit van de provincie moest worden gehouden. Dat volgt uit een arrest van de Hoge Raad uit 2008. Volgens dat arrest moet rekening worden gehouden met feiten en omstandigheden die een licht werpen op de situatie per balansdatum, maar pas later bekend worden, zolang dat maar voor het definitief vaststaan van de aanslag het geval is. Vanwege het ontbreken van afspraken met de provincie over sanering en van de noodzaak tot sanering vanuit de eigen bedrijfsvoering vond de rechtbank dat er in 2011 geen voorziening gevormd mocht worden.

De BV wilde als alternatief een voorziening vormen voor de onderzoekskosten naar de omvang van de bodemverontreiniging en de kosten van monitoring van het grondwater. Voor deze toekomstige uitgaven is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de criteria die aan de vorming van een voorziening worden gesteld. Uit het besluit van de provincie vloeit voort dat de uitgaven zich zullen voordoen, in ieder geval tot de bodem zal zijn gesaneerd.

Overzicht:

  • Vervolgonderzoek aanpassing heffing in box 3

    Vervolgonderzoek aanpassing heffing in box 3

    De staatssecretaris van Financiën heeft een vervolgonderzoek uit laten voeren naar de mogelijkheden voor belastingheffing in box 3 op basis van het werkelijk behaalde rendement. In het vervolgonderzoek is ook gekeken naar mogelijke aanpassingen om b... Lees verder »
  • Twee conclusies A-G over naheffingsaanslag aan ontbonden vof

    Twee conclusies A-G over naheffingsaanslag aan ontbonden vof

    De advocaat-generaal bij de Hoge Raad (A-G) heeft twee conclusies gewijd aan een procedure over een naheffingsaanslag en een boete die zijn opgelegd aan een inmiddels ontbonden vennootschap onder firma (vof). De A-G is in de eerste conclusie van meni... Lees verder »
  • Dga van Belgische bvba

    Dga van Belgische bvba

    Volgens de Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad (A-G) mag Nederland belasting heffen over het salaris van een in België wonende dga van een naar Belgisch recht opgerichte bvba, die in Nederland werkzaamheden heeft verricht voor een Nederlandse bv. De ... Lees verder »
  • Aanzegverplichting einde tijdelijk dienstverband

    Aanzegverplichting einde tijdelijk dienstverband

    Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt na het verstrijken van de periode waarvoor de overeenkomst is aangegaan. Opzegging is niet nodig voor het einde van de arbeidsovereenkomst. Wel is de werkgever wettelijk verplicht om een werknemer me... Lees verder »
  • Wederindiensttredingsvoorwaarde

    Wederindiensttredingsvoorwaarde

    Toestemming van het UWV om de arbeidsovereenkomst met een werknemer wegens bedrijfseconomische redenen op te zeggen wordt verleend met toepassing van de wederindiensttredingsvoorwaarde. Deze voorwaarde houdt in dat de werkgever, wanneer hij binnen 26... Lees verder »