Actueel

Hoge Raad vindt box 3-belasting niet buitensporig
Volgens de Hoge Raad is de belastingheffing in box 3 van de inkomstenbelasting geen buitensporig hoge last. De belastingheffing in box 3 gaat uit van een forfaitair rendement op vermogen van 4%. Het werkelijk behaalde rendement op vermogen is niet van belang voor de heffing van inkomstenbelasting. Bij invoering van de Wet IB 2001 was de gedachte van de wetgever dat een particuliere belegger over een langere periode bezien zonder veel risico gemiddeld een rendement van 4% zou moeten kunnen behalen.
Een forfaitair stelsel kent altijd een zekere mate van ruwheid. Dat is niet erg zolang daarmee wordt beoogd de werkelijkheid te benaderen. Volgens de Hoge Raad heeft de wetgever bij de vaststelling van het forfaitaire rendement terecht aansluiting gezocht bij rendementen die belastingplichtigen in de praktijk moeten kunnen behalen. Onredelijk is het forfaitaire stelsel van box 3 niet. Pas wanneer een particuliere belegger gemiddeld genomen over een reeks van jaren het veronderstelde rendement van 4% niet meer kan halen, kan sprake zijn van een buitensporig zware last. Wanneer zich dat voordoet mag van de wetgever worden verlangd dat hij de regeling zodanig aanpast dat de werkelijkheid wordt benaderd.
In een procedure over de forfaitaire rendementsheffing voor het jaar 2011 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat niet vaststaat dat een lange termijn resultaat van 4% niet haalbaar is. Voor het aannemen van een buitensporig hoge last is niet genoeg dat het rendement van een bepaalde bezitting structureel lager is dan 4% van het daarin geïnvesteerde vermogen. Voor een woning in eigen gebruik in box 3 moet volgens de Hoge Raad de economische huurwaarde van de woning tot de inkomsten worden gerekend. Dat gold voor de inkomsten uit vermogen onder de Wet IB 1964 en ook voor de inkomsten uit sparen en beleggen onder de Wet IB 2001.
De Advocaat-generaal bij de Hoge Raad had in zijn conclusie nog aangevoerd dat onder omstandigheden sprake kan zijn van een disproportionele inbreuk op het eigendomsrecht. Die inbreuk doet zich voor wanneer de belastingheffing hoger is dan het behaalde rendement, waardoor iemand verplicht wordt in te teren op zijn vermogen.
Overzicht:

Recht op KIA voor maat in maatschap
De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) kent een schijventarief. Sinds 1 januari 2010 geldt in de derde schijf een vast bedrag aan KIA zolang het investeringsbedrag tussen de onder- en de bovengrens ligt. In 2018 gaat het om een bedrag aan KIA v... Lees verder »
Geen aanleiding voor verlaging AOW-leeftijd
Naar aanleiding van een artikel in het Financieel Dagblad zijn Kamervragen gesteld aan de minister van Sociale Zaken over de verhoging van de AOW-leeftijd. In het artikel wordt beschreven dat de AOW-leeftijd tot 2021 sneller stijgt dan de toename van... Lees verder »
WOZ-waarde bedrijfsterrein met opslagtanks
Een procedure voor Hof Arnhem-Leeuwarden had betrekking op de WOZ-waarde van een bedrijfsterrein met opstallen en installaties. In geschil was of de op het terrein aanwezige opslagtanks roerende of onroerende zaken waren. Wanneer de tanks roerend zou... Lees verder »
Geen ruime uitleg van concurrentiebeding
Bij de uitleg van een concurrentiebeding moet niet alleen rekening worden gehouden met de bewoordingen, maar kan ook de betekenis die partijen aan het beding toekennen en wat zij ten aanzien daarvan van elkaar mogen verwachten, van belang zijn. Een c... Lees verder »
Bewijs van beperkt privégebruik auto
Wanneer door de werkgever een auto aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld, gaat de wet ervan uit dat de auto ook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld. Dat betekent dat er een bijtelling bij het inkomen moet plaatsvinden, tenzij b... Lees verder »

