Actueel

Pensioen in eigen beheer

Pensioen in eigen beheer

Directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) zijn niet opgenomen in verplichte pensioenverzekeringen. Indien zij een pensioenvoorziening wensen hebben ze de keuze om een vrijwillige pensioenverzekering af te sluiten of in eigen beheer een pensioenreserve op te bouwen. Het voordeel van een pensioen in eigen beheer is dat de benodigde premie niet contant aanwezig hoeft te zijn. De opgebouwde reserve kan dienen ter financiering van het bedrijf. Dit voordeel kan omslaan in een nadeel indien het bedrijf niet in staat blijkt te zijn voldoende liquiditeit te genereren om het pensioen te betalen.

De politiek wil het pensioen in eigen beheer afschaffen en de dga leiden richting oudedagssparen in eigen beheer en vrijwillige pensioenverzekering. Om dit mogelijk en aantrekkelijk te maken kan de fiscale pensioenverplichting zonder belastingheffing omgezet worden in een oudedagsverplichting. Deze verplichting kan niet verder worden verhoogd, anders dan door interestberekening en zal met ingang van de pensioendatum in 20 jaar worden uitbetaald.

Tevens wordt een afkoopregeling geïntroduceerd. In 2017 zal over 65,5% van de fiscale waarde van het pensioen loonbelasting worden geheven. Indien afkoop plaatsvindt in 2018 is 75% belastbaar loon en in 2019 is 80,5% belastbaar. Uitgangspunt is de waarde van de pensioenverplichting per 31 december 2015. De effectieve belastingdruk, uitgaande van 52% inkomstenbelasting bedraagt dan in 2017 34,06%, in 2018 39% en in 2019 41,86%.
De vraag of afkoop interessant is hangt af van het inkomen na pensioendatum. Valt uw uitkering in zijn geheel in de eerste tariefschijf (tot een belastbaar inkomen van circa € 33.000) dan betaalt u slechts circa 20% belasting en is afkoop onvoordelig. Valt uw pensioen in de tweede of derde schijf dan is afkoop met name in 2017 interessant.

U kunt er ook voor kiezen de huidige pensioenreserve in stand te laten. Verhoging is dan niet meer toegestaan na 2016 en de voorziening dient jaarlijks contant te worden gemaakt.

De voorstellen zijn goedgekeurd door de ministerraad en gaan in op 1 januari 2017.

Overzicht:

  • Belastbaarheid uitkeringen letselschadeverzekering

    Belastbaarheid uitkeringen letselschadeverzekering

    Ontvangen letselschade-uitkeringen vormen vermogen, dat belast is in box 3, voor zover het totale vermogen op 1 januari van het jaar het heffingvrije vermogen van € 25.000 overschrijdt. De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzij... Lees verder »
  • Sectorindeling werknemersverzekeringen

    Sectorindeling werknemersverzekeringen

    Voor de vaststelling van de hoogte van de premies werknemersverzekeringen worden werkgevers in een sector van het bedrijfs- en beroepsleven ingedeeld. De regeling Wet financiering sociale verzekeringen bepaalt op welke wijze de sectorindeling plaatsv... Lees verder »
  • Forfaitaire rendementen box 3 voor 2018 en 2019

    Forfaitaire rendementen box 3 voor 2018 en 2019

    In een brief aan de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris van Financiën een prognose gegeven van de forfaitaire rendementen in box 3 voor de jaren 2018 en 2019.Het forfaitaire rendement voor het jaar 2018 wordt gebaseerd op de gegevens van 2016. De... Lees verder »
  • Boete voor gebruik auto tijdens schorsing gematigd

    Boete voor gebruik auto tijdens schorsing gematigd

    Het is mogelijk het kenteken van een auto of een motorfiets te schorsen. Gedurende de periode van schorsing hoeft geen motorrijtuigenbelasting (mrb) te worden betaald. Het voertuig mag tijdens schorsing niet op de openbare weg komen. Gebeurt dat toch... Lees verder »
  • Min/max-overeenkomst en rechtsvermoeden arbeidsomvang

    Min/max-overeenkomst en rechtsvermoeden arbeidsomvang

    De wet kent een rechtsvermoeden van de arbeidsomvang. Dat rechtsvermoeden is bedoeld om de werknemer houvast te bieden wanneer de omvang van de arbeid niet of niet duidelijk is afgesproken of wanneer de feitelijke omvang van de arbeid structureel hog... Lees verder »