Actueel

Aanpassing ketenbepaling seizoensarbeid

Aanpassing ketenbepaling seizoensarbeid

Bij Koninklijk Besluit van 8 juni 2016 is de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie in werking getreden per 18 juni 2016. Onderdeel van deze wet is een bepaling die een aanpassing van de Wet werk en zekerheid (Wwz) inhoudt. Het gaat een aanpassing van de ketenbepaling voor seizoensarbeid. De periode, die tussen twee arbeidscontracten moet liggen om geen sprake te laten zijn van opvolgende contracten, bedraagt zes maanden. De ketenbepaling houdt in dat maximaal drie opvolgende tijdelijke arbeidscontracten mogen worden aangeboden met een totale duur van niet meer dan 24 maanden. Worden meer dan drie opvolgende contracten aangeboden of is de totale duur langer dan 24 maanden, dan is sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Er is geen sprake van opvolgende contracten bij een tussenliggende periode van meer dan zes maanden. Voor seizoensarbeid wordt nu geregeld dat deze periode kan worden teruggebracht naar drie maanden. Dat geldt alleen voor werk dat door klimatologische of natuurlijke omstandigheden seizoensgebonden is en maximaal negen maanden per jaar kan worden verricht. Juist bij seizoensarbeid heeft de tussenperiode van zes maanden tot gevolg dat een contract voor onbepaalde tijd moet ontstaan terwijl er geen werk is gedurende een deel van het jaar. Dat zou kunnen leiden tot beëindiging van de arbeidsrelatie. Deze consequentie staat haaks op de doelstellingen van de Wwz. Deze aanpassing van de ketenbepaling is op 1 juli 2016 in werking getreden.

Overzicht:

  • Aanpak belastingontduiking

    Aanpak belastingontduiking

    De staatssecretaris van Financiën heeft in een brief aan de Tweede Kamer een uiteenzetting gegeven van zijn plannen om belastingontduiking aan te pakken. Het gaat om maatregelen in internationaal verband en in nationaal verband.Internationale maatre... Lees verder »
  • Box 3-heffing blijft voor 2014 overeind

    Box 3-heffing blijft voor 2014 overeind

    Voor de heffing van inkomstenbelasting over de opbrengsten van sparen en beleggen (box 3) wordt een rendement verondersteld van 4% per jaar. Bij de invoering van de Wet IB 2001 heeft de minister van Financiën over dat forfaitaire rendement geze... Lees verder »
  • Vaststellingsovereenkomst innovatiebox

    Vaststellingsovereenkomst innovatiebox

    De innovatiebox is een bijzondere regeling in de vennootschapsbelasting voor zelf ontwikkelde immateriële activa, waarvoor een S&O-verklaring is afgegeven. De opbrengsten deze immateriële activa zijn per saldo belast tegen een laag tarief van 5... Lees verder »
  • Bestelauto’s bleven na werktijd op bedrijfsterrein achter

    Bestelauto’s bleven na werktijd op bedrijfsterrein achter

    De bijtelling bij het loon voor het privégebruik van een auto van de zaak geldt niet alleen voor een personenauto, maar ook voor een bestelauto van de zaak. De wet gaat uit van de veronderstelling dat een auto die zakelijk ter beschikking staat, ook... Lees verder »
  • Aanpassing voorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer

    Aanpassing voorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer

    Net voor het moment waarop de Eerste Kamer zou stemmen over het wetsvoorstel Wet uitfasering pensioen in eigen beheer heeft de staatssecretaris van Financiën gevraagd de stemming uit te stellen. De reden daarvoor was de angst dat op het moment van a... Lees verder »