Actueel

Volgens A-G verhindert winstuitdeling herinvesteringsvoornemen niet
Belastingheffing over de boekwinst, die een ondernemer behaalt bij de vervreemding van een bedrijfsmiddel, kan worden uitgesteld. Dat kan door de boekwinst op te nemen in een herinvesteringsreserve. De gereserveerde winst wordt vervolgens afgeboekt als eerste afschrijving op de kostprijs van investeringen in bedrijfsmiddelen die gedaan worden in het jaar van vervreemding of in de drie daarop volgende jaren. Aan de vorming van een herinvesteringsreserve wordt als voorwaarde gesteld dat de ondernemer het voornemen heeft om tot herinvestering over te gaan.
In een procedure bij de Hoge Raad is in geschil welk bedrag aan de herinvesteringsreserve kan worden toegevoegd. De procedure heeft betrekking op de verkoop van onroerende zaken door een BV aan haar dga en zijn kinderen. De BV verkocht in 2005 voor € 450.000 elf verhuurde woningen aan de kinderen van de dga. De BV verkocht voor € 600.000 tien woningen aan de dga. De panden waren voorafgaand aan de verkoop getaxeerd. Bij de taxatie was echter geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat de kopers de woningen na de aankoop een voor een zouden verkopen, een zogenaamd uitpondscenario. De BV nam de behaalde boekwinst op in een herinvesteringsreserve. Binnen vijf jaar na deze transacties werden drie van de panden van de kinderen en één van de panden van de dga doorverkocht. Een boekenonderzoek van de Belastingdienst naar de aanvaardbaarheid van de aangifte Vpb 2005 leidde tot een winstcorrectie van ruim € 1,5 miljoen.
De vraag was of de inspecteur de waarde van de panden terecht heeft gecorrigeerd en of het bedrag van de correctie toegevoegd kon worden aan de herinvesteringsreserve van de BV. Volgens Hof Den Haag kon het bedrag van de correctie niet in de herinvesteringsreserve worden opgenomen, omdat vast stond dat dit bedrag zou worden uitgekeerd aan de aandeelhouders. Daardoor ontbraken in de visie van het hof de voor herinvestering benodigde middelen.
De BV heeft beroep in cassatie ingesteld. De BV is het niet eens met het oordeel van het hof dat de inspecteur de hogere waarde van de verkochte panden aannemelijk heeft gemaakt. Daarnaast voert de BV aan dat de enkele vaststelling van een waarderingsverschil niet inhoudt dat de BV de bedoeling had om de dga te bevoordelen.
De advocaat-generaal bij de Hoge Raad (A-G) is van mening dat het hof zijn oordeel, dat de inspecteur bij de waardering mocht uitgaan van een uitpondscenario, voldoende heeft gemotiveerd. Ten aanzien van het bestaan van een bevoordelingsbedoeling verwijst de A-G naar een arrest van de Hoge Raad uit 1996. Daaruit blijkt dat het oordeel van hof niet berust op een onjuiste rechtsopvatting. Volgens de A-G is het oordeel van het hof, dat de BV geen herinvesteringsvoornemen kan hebben omdat de winst is of wordt uitgekeerd, niet juist. Niet uit te sluiten is dat de BV van plan was om een volgende aankoop met geleend geld te financieren in plaats van met eigen geld. Daarnaast is het in de opvatting van het hof mogelijk dat materieel gelijke gevallen fiscaal ongelijk worden behandeld. Het bestaan van een herinvesteringsvoornemen moet worden getoetst aan de feitelijke intentie van de ondernemer en hangt niet af van de besteding van de opbrengst van een bedrijfsmiddel. Of de BV daadwerkelijk een voornemen tot herinvestering had, zal volgens de A-G door een ander gerechtshof onderzocht moeten worden.
Overzicht:

Belastbaarheid uitkeringen letselschadeverzekering
Ontvangen letselschade-uitkeringen vormen vermogen, dat belast is in box 3, voor zover het totale vermogen op 1 januari van het jaar het heffingvrije vermogen van € 25.000 overschrijdt. De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzij... Lees verder »
Sectorindeling werknemersverzekeringen
Voor de vaststelling van de hoogte van de premies werknemersverzekeringen worden werkgevers in een sector van het bedrijfs- en beroepsleven ingedeeld. De regeling Wet financiering sociale verzekeringen bepaalt op welke wijze de sectorindeling plaatsv... Lees verder »
Forfaitaire rendementen box 3 voor 2018 en 2019
In een brief aan de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris van Financiën een prognose gegeven van de forfaitaire rendementen in box 3 voor de jaren 2018 en 2019.Het forfaitaire rendement voor het jaar 2018 wordt gebaseerd op de gegevens van 2016. De... Lees verder »
Boete voor gebruik auto tijdens schorsing gematigd
Het is mogelijk het kenteken van een auto of een motorfiets te schorsen. Gedurende de periode van schorsing hoeft geen motorrijtuigenbelasting (mrb) te worden betaald. Het voertuig mag tijdens schorsing niet op de openbare weg komen. Gebeurt dat toch... Lees verder »
Min/max-overeenkomst en rechtsvermoeden arbeidsomvang
De wet kent een rechtsvermoeden van de arbeidsomvang. Dat rechtsvermoeden is bedoeld om de werknemer houvast te bieden wanneer de omvang van de arbeid niet of niet duidelijk is afgesproken of wanneer de feitelijke omvang van de arbeid structureel hog... Lees verder »

