Actueel

Vordering ouders op zoon onzakelijk

Vordering ouders op zoon onzakelijk

Niet alleen in aandeelhoudersrelaties kan zich het fenomeen van de onzakelijke lening voordoen. Ook wanneer op grond van de persoonlijke betrekkingen tussen natuurlijke personen een debiteurenrisico wordt geaccepteerd dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen, is sprake van een onzakelijke lening. Een voorbeeld daarvan deed zich voor bij een maatschap die bestond uit een echtpaar en hun zoon.

Volgens de maatschapsovereenkomst konden de maten maandelijks voorschotten op hun winstaandeel opnemen. Wanneer een maat in een jaar meer had opgenomen dan zijn winstaandeel, moest hij op verzoek van de andere maten het verschil terugbetalen. Door de bescheiden resultaten van de maatschap liep de kapitaalrekening van de zoon op tot € 334.152. De verhaalsmogelijkheden bij de zoon bedroegen niet meer dan € 100.000. De ouders scholden een bedrag van € 134.152 kwijt. De ouders brachten ieder de helft van het bedrag aan kwijtschelding ten laste van hun winst. De resterende vordering van € 200.000 waardeerden zij ieder met een bedrag van € 50.000 af wegens oninbaarheid.

Het hof vond dat de ouders bij het laten oplopen van de vordering op de zoon tot boven € 100.000 onzakelijk hebben gehandeld. Het risico van oninbaarheid hebben de ouders aanvaard vanwege de persoonlijke verhouding met hun zoon. De rol van de zoon binnen de onderneming was niet zo belangrijk dat een zakelijk handelende derde een dergelijk risico wel zou hebben aanvaard. De kwijtschelding en de afwaardering van de vordering op de zoon tot op € 100.000 konden niet ten laste van de fiscale winst worden gebracht. De Hoge Raad heeft in cassatie geoordeeld dat de vordering van de ouders op de zoon terecht is aangemerkt als een onzakelijke lening.

Overzicht:

  • Schadeclaims oude vakantiedagen

    Schadeclaims oude vakantiedagen

    Het Hof van Justitie EU heeft in 2009 geoordeeld dat de door Nederland gehanteerde beperkte opbouw van vakantiedagen bij langdurige ziekte in strijd is met de Europese Arbeidstijdenrichtlijn. Die beperkte opbouw hield in dat een langdurig zieke werkn... Lees verder »
  • Btw-vrijstelling watersport is niet correct

    Btw-vrijstelling watersport is niet correct

    Volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie EU is een nationale wettelijke regeling, die in afwijking van de btw-richtlijn bepaalde handelingen vrijstelt van btw, in strijd met de richtlijn. De Wet op de omzetbelasting bevat een vrijstelling voor... Lees verder »
  • Naheffing privégebruik tweede auto van de zaak

    Naheffing privégebruik tweede auto van de zaak

    Wanneer een werkgever een auto ter beschikking stelt aan een werknemer geldt de wettelijke fictie dat de terbeschikkingstelling ook betrekking heeft op gebruik voor privédoeleinden. Er moet een aan de waarde van de auto gerelateerde bijtelling bij h... Lees verder »
  • Wettelijke bedenktijd na beëindiging met wederzijds goedvinden

    Wettelijke bedenktijd na beëindiging met wederzijds goedvinden

    Een arbeidsovereenkomst kan eindigen door opzegging door een van de partijen of met wederzijds goedvinden. Beëindiging met wederzijds goedvinden moet schriftelijk worden vastgelegd, bijvoorbeeld in een beëindigingsovereenkomst. Die voorwaarde ... Lees verder »
  • Aftoppingsgrens pensioenopbouw en deeltijdwerk

    Aftoppingsgrens pensioenopbouw en deeltijdwerk

    De mogelijkheden om fiscaal vriendelijk pensioen op te bouwen zijn beperkt tot een pensioengevend loon van € 101.519 (bedrag voor 2016). Over een eventueel hoger loon kan niet met gebruikmaking van fiscale faciliteiten pensioen worden opgebouwd. Ge... Lees verder »