Actueel

Vordering ouders op zoon onzakelijk
Niet alleen in aandeelhoudersrelaties kan zich het fenomeen van de onzakelijke lening voordoen. Ook wanneer op grond van de persoonlijke betrekkingen tussen natuurlijke personen een debiteurenrisico wordt geaccepteerd dat een onafhankelijke derde niet zou hebben genomen, is sprake van een onzakelijke lening. Een voorbeeld daarvan deed zich voor bij een maatschap die bestond uit een echtpaar en hun zoon.
Volgens de maatschapsovereenkomst konden de maten maandelijks voorschotten op hun winstaandeel opnemen. Wanneer een maat in een jaar meer had opgenomen dan zijn winstaandeel, moest hij op verzoek van de andere maten het verschil terugbetalen. Door de bescheiden resultaten van de maatschap liep de kapitaalrekening van de zoon op tot € 334.152. De verhaalsmogelijkheden bij de zoon bedroegen niet meer dan € 100.000. De ouders scholden een bedrag van € 134.152 kwijt. De ouders brachten ieder de helft van het bedrag aan kwijtschelding ten laste van hun winst. De resterende vordering van € 200.000 waardeerden zij ieder met een bedrag van € 50.000 af wegens oninbaarheid.
Het hof vond dat de ouders bij het laten oplopen van de vordering op de zoon tot boven € 100.000 onzakelijk hebben gehandeld. Het risico van oninbaarheid hebben de ouders aanvaard vanwege de persoonlijke verhouding met hun zoon. De rol van de zoon binnen de onderneming was niet zo belangrijk dat een zakelijk handelende derde een dergelijk risico wel zou hebben aanvaard. De kwijtschelding en de afwaardering van de vordering op de zoon tot op € 100.000 konden niet ten laste van de fiscale winst worden gebracht. De Hoge Raad heeft in cassatie geoordeeld dat de vordering van de ouders op de zoon terecht is aangemerkt als een onzakelijke lening.
Overzicht:

Eindoordeel Hoge Raad over 150-kmgrens in 30%-regeling
Het Hof van Justitie EU heeft in 2015 prejudiciële vragen van de Hoge Raad over de 150-kmgrens in de 30%-regeling beantwoord. Volgens het Hof van Justitie EU is deze beperking toegestaan en is geen sprake van indirecte discriminatie of van een belem... Lees verder »
Wanneer volgt teruggave dividendbelasting aan buitenlandse aandeelhouder?
Bij de uitkering van dividend door een Nederlandse vennootschap moet 15% dividendbelasting worden ingehouden. De dividendbelasting wordt voor particuliere aandeelhouders verrekend met de inkomstenbelasting. Vennootschappen kunnen de ingehouden divide... Lees verder »
Kortingsregeling 30%-regeling niet discriminerend
Voor uit het buitenland afkomstige werknemers, die beschikken over een op de Nederlandse markt schaarse deskundigheid, kent de loonbelasting een bijzondere regeling. Deze zogenaamde 30%-regeling houdt in dat 30% van de totale bruto beloning als belas... Lees verder »
Reactie staatssecretaris Financiën over box 3
De staatssecretaris van Financiën heeft in een brief aan de Tweede Kamer uiteengezet waarom hij de opvatting van de Advocaat-Generaal (A-G) over de belastingheffing in box 3 niet deelt. De A-G stelt in een conclusie dat de belastingheffing in box 3 ... Lees verder »
Teruggave dividendbelasting voor buitenlandse vennootschap?
Volgens een arrest van het Hof van Justitie EU mag de belasting op dividenden die aan niet-ingezetenen wordt uitgekeerd niet hoger zijn dan de belasting op dividenden voor ingezetenen. Een vergelijking van de belastingdruk op dividenden van niet-inge... Lees verder »

