Actueel

Werkzaamheden in vof niet hoofdzakelijk ondersteunend
Een ondernemer heeft recht op de zelfstandigenaftrek als hij in een jaar aan het urencriterium voldoet. Dat is het geval wanneer hij ten minste 1.225 uren en meer dan 50% van zijn tijd aan zijn onderneming besteedt. De tijd die een ondernemer besteedt aan werkzaamheden van ondersteunende aard in een samenwerkingsverband met een verbonden persoon telt niet mee voor het urencriterium, als het ongebruikelijk is voor niet-verbonden personen om een dergelijk samenwerkingsverband aan te gaan.
Een echtpaar dreef in de vorm van een vennootschap onder firma een garagebedrijf. Aanvankelijk was het garagebedrijf een eenmanszaak van de man. De winstverdeling was 40% voor de vrouw en 60% voor de man. De Belastingdienst was van mening dat de vrouw vrijwel uitsluitend werk van ondersteunende aard verrichtte en dat het samenwerkingsverband ongebruikelijk was. De vrouw zou geen recht hebben op de zelfstandigenaftrek, omdat zij niet voldeed aan het urencriterium.
De rechtbank accepteerde de verklaring van de vrouw, dat zij vrijwel alle voorkomende werkzaamheden in de onderneming verrichtte. Haar man was na een burn out niet op zijn oude werkniveau teruggekeerd. De vrouw verrichtte daardoor de volgende werkzaamheden:
- het managen van de gehele onderneming;
- het plannen en het organiseren van de werkplaats;
- het beslissen over het personeelsbeleid;
- het beslissen over de investeringen;
- het onderhouden van contacten met leveranciers;
- het aansturen van de monteurs;
- het opstellen van offertes en het overleggen met klanten over meerwerk bij onderhoud en reparatie;
- het verkopen en inruilen van auto's.
De rechtbank vond mede van belang dat de vrouw tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid van haar echtgenoot de onderneming ruim een half jaar alleen en zelfstandig heeft gedreven. Er was geen sprake van het hoofdzakelijk verrichten van ondersteunende werkzaamheden. De vrouw voldeed aan het urencriterium en had recht op zelfstandigenaftrek.
Overzicht:

Recht op KIA voor maat in maatschap
De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) kent een schijventarief. Sinds 1 januari 2010 geldt in de derde schijf een vast bedrag aan KIA zolang het investeringsbedrag tussen de onder- en de bovengrens ligt. In 2018 gaat het om een bedrag aan KIA v... Lees verder »
Geen aanleiding voor verlaging AOW-leeftijd
Naar aanleiding van een artikel in het Financieel Dagblad zijn Kamervragen gesteld aan de minister van Sociale Zaken over de verhoging van de AOW-leeftijd. In het artikel wordt beschreven dat de AOW-leeftijd tot 2021 sneller stijgt dan de toename van... Lees verder »
WOZ-waarde bedrijfsterrein met opslagtanks
Een procedure voor Hof Arnhem-Leeuwarden had betrekking op de WOZ-waarde van een bedrijfsterrein met opstallen en installaties. In geschil was of de op het terrein aanwezige opslagtanks roerende of onroerende zaken waren. Wanneer de tanks roerend zou... Lees verder »
Geen ruime uitleg van concurrentiebeding
Bij de uitleg van een concurrentiebeding moet niet alleen rekening worden gehouden met de bewoordingen, maar kan ook de betekenis die partijen aan het beding toekennen en wat zij ten aanzien daarvan van elkaar mogen verwachten, van belang zijn. Een c... Lees verder »
Bewijs van beperkt privégebruik auto
Wanneer door de werkgever een auto aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld, gaat de wet ervan uit dat de auto ook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld. Dat betekent dat er een bijtelling bij het inkomen moet plaatsvinden, tenzij b... Lees verder »

