Actueel

Mogelijke aanpassingen box 3

Mogelijke aanpassingen box 3

De staatssecretaris van Financiën heeft een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over de belastingheffing in box 3. Er is onderzocht of en in hoeverre de ombouw naar een heffing op het werkelijk behaalde rendement mogelijk is. De voorlopige conclusie is dat het mogelijk is om bij de belastingheffing een betere benadering van het werkelijke rendement als grondslag te hanteren. Wel zal het altijd om een hybride stelsel gaan, met andere woorden, slechts voor een deel zal het gaan om een heffing op werkelijke rendementen en voor het restant om een heffing over een forfaitaire benadering van het werkelijke rendement. De staatssecretaris waarschuwt voor een toename van de risico’s van belastingontwijking en van de complexiteit. Wel lijkt een dergelijk stelsel uitvoerbaar, mits gegevens volledig, juist en tijdig geautomatiseerd worden aangeboden.

Voor de belastingheffing over het werkelijke rendement zijn twee systemen denkbaar. Het gaat om een vermogenswinstbelasting en een vermogensaanwasbelasting. Vermogensaanwasbelasting betekent dat bijvoorbeeld de koersstijging van een aandeel wordt belast, ook als de koersstijging niet door verkoop van het aandeel is gerealiseerd. Bij een vermogenswinstbelasting wordt de koersstijging pas belast als deze gerealiseerd is, dus in beginsel bij verkoop. Ook de gegevens die nodig zijn voor de heffing verschillen per systeem. Voor een vermogensaanwasbelasting zijn alleen gegevens nodig over het belastingjaar. Bij een vermogenswinstbelasting moet het aankoopbedrag bewaard worden tot het vermogensbestanddeel wordt verkocht.

De staatssecretaris beschrijft twee mogelijke varianten in zijn brief. De eerste variant heeft een vermogensaanwasbelasting als uitgangspunt en ziet er als volgt uit:

  • bank-, spaartegoeden en overige vorderingen: werkelijke rente wordt belast;
  • aandelen, obligaties en derivaten: de vermogensaanwas wordt belast, dus de koerswinst, de rente en de dividenden van dat jaar;
  • onroerende zaken en overig vermogen: het belastbaar inkomen wordt forfaitair bepaald;
  • het heffingvrije vermogen wordt omgezet in een heffingvrije voet voor de werkelijke inkomsten uit vermogen.

De tweede variant is in de basis een vermogenswinstbelasting en ziet er als volgt uit:

  • bank-, spaartegoeden en overige vorderingen: werkelijke rente wordt belast;
  • aandelen, obligaties en derivaten: werkelijke rente en dividenden worden belast; vermogenswinst wordt belast bij realisatie, bij voorbeeld door verkoop;
  • onroerende zaken en overig vermogen: het belastbaar inkomen wordt forfaitair bepaald;
  • het heffingvrije vermogen wordt omgezet in een heffingvrije voet voor de werkelijke inkomsten uit vermogen.

Er is een derde variant, die sneller lijkt te kunnen worden ingevoerd dan de eerste twee en toch beter aansluit bij het werkelijke rendement dan de tussenstap die in 2017 in werking treedt. In deze variant wordt het rendement voor elke vermogenscategorie achteraf forfaitair vastgesteld. Het vermogen van de belastingbetaler wordt gesplitst in spaargeld, aandelen, obligaties, onroerende zaken en overig vermogen. Over de waarde van de bestanddelen in een categorie wordt het gemiddelde rendement van die categorie van het verstreken jaar toegepast. Ontwijking van belastingheffing door te schuiven in de vermogensmix wordt op die manier minder aantrekkelijk. Ook in deze variant wordt het heffingvrije vermogen omgezet in een heffingvrije voet voor de forfaitaire inkomsten uit vermogen.

De staatssecretaris wil in overleg met de Tweede Kamer komen tot een variant die in een wetsvoorstel zal worden uitgewerkt. Dat wetsvoorstel zou in het voorjaar van 2018 ter consultatie kunnen worden voorgelegd en in het najaar van 2018 worden ingediend bij het parlement.

Overzicht:

  • Betalingscriterium voor willekeurige afschrijving

    Betalingscriterium voor willekeurige afschrijving

    Willekeurige afschrijving op bedrijfsmiddelen is mogelijk mits voor de verwerving of verbetering van het bedrijfsmiddel verplichtingen zijn aangegaan of voortbrengingskosten zijn gemaakt. Het bedrag van de willekeurige afschrijving kan voor de ingebr... Lees verder »
  • BV met leegstaande kantoorvilla is ondernemer voor omzetbelasting

    BV met leegstaande kantoorvilla is ondernemer voor omzetbelasting

    Ondernemer voor de omzetbelasting is iedereen die zelfstandig een bedrijf uitoefent. Voor de kwalificatie als ondernemer is niet van belang of er een winstdoelstelling is. Ook de met de activiteiten behaalde resultaten zijn niet van belang. Ook voorb... Lees verder »
  • Wetsvoorstel aanpassing fiscale eenheid aangenomen

    Wetsvoorstel aanpassing fiscale eenheid aangenomen

    Het wetsvoorstel ter aanpassing van de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting is door de Eerste Kamer als hamerstuk aangenomen. Aanpassing van het regime van de fiscale eenheid was nodig door uitspraken van het Hof van Justitie EU. Volgens die ... Lees verder »
  • Notariële akte van levering is geen factuur

    Notariële akte van levering is geen factuur

    Wie op een factuur omzetbelasting vermeldt, die hij op grond van de normale regels niet verschuldigd is, wordt die belasting verschuldigd op het tijdstip waarop hij die factuur uitreikt. De Hoge Raad heeft in een arrest van 4 maart 2016 gezegd dat ee... Lees verder »
  • Arbeidsbeloning

    Arbeidsbeloning

    De gebruikelijkloonregeling is van toepassing op een werknemer met een aanmerkelijk belang in de bv waarvoor hij werkt. In de regel gaat het om de directeur-grootaandeelhouder (dga) en zijn partner. Het loon van een dga moet ten minste gelijk zijn aa... Lees verder »