Actueel

Investeringsaftrek

Investeringsaftrek

Er bestaan diverse regelingen om investeringen in bedrijfsmiddelen te stimuleren. Het gaat om een algemene regeling, namelijk de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) en twee bijzondere regelingen, de energie-investeringsaftrek (EIA) en de milieu-investeringsaftrek (MIA).

Recht op KIA hebben ondernemers voor investeringen in bedrijfsmiddelen tussen € 2.300 en € 311.242. Er geldt een minimuminvesteringsbedrag per bedrijfsmiddel van € 450. U krijgt geen KIA over investeringen in woonhuizen, zaken die zijn bestemd voor de verhuur, personenauto’s, goodwill, concessies en vergunningen.

Tip! U kunt de KIA optimaliseren door bepaalde investeringen uit te stellen tot na de jaarwisseling of juist naar voren te halen.

Bij vervreemding van bedrijfsmiddelen waarvoor u KIA hebt gehad binnen vijf jaar na de aanvang van het kalenderjaar van aanschaf, vindt een correctie op de eerdere aftrek plaats door een desinvesteringsbijtelling.

Tip! Het kan zinvol zijn de verkoop uit te stellen tot na de jaarwisseling.

Recht op EIA is er bij investeringen in bepaalde energiebesparende bedrijfsmiddelen. De EIA bedraagt 58% van het investeringsbedrag. Het maximale investeringsbedrag waarover aftrek wordt verleend bedraagt € 120 miljoen.

MIA geldt voor investeringen in bedrijfsmiddelen die zijn opgenomen in de MIA/Vamillijst. Deze lijst wordt ieder jaar gewijzigd. Wilt u zeker zijn dat u met uw investering in aanmerking komt voor MIA dan moet u nog dit jaar investeren. De hoogte van de MIA is afhankelijk van de categorie waarin het bedrijfsmiddel is ingedeeld. Voor categorie I is de aftrek 36%, voor categorie II 27% en voor categorie III 13,5%.

Tip! Wie voordelig wil rijden in een auto van de zaak koopt nog dit jaar een elektrische auto of een plug-in hybride.

Voor EIA en MIA geldt een minimum investeringsbedrag per bedrijfsmiddel van € 2.500.

Let op! U moet uw aanvragen voor EIA, MIA en Vamil binnen drie maanden na het aangaan van investeringsverplichtingen hebben ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Overzicht:

  • Pand ondernemer was keuzevermogen

    Pand ondernemer was keuzevermogen

    Een ondernemer kan in het algemeen zelf bepalen of hij een vermogensbestanddeel al dan niet tot zijn ondernemingsvermogen rekent. Deze keuzevrijheid van de ondernemer voor de vermogensetikettering wordt beperkt door de redelijkheid. De grenzen van de... Lees verder »
  • Oud pand was bestemd voor bewoning

    Oud pand was bestemd voor bewoning

    Bij de verkrijging van onroerende zaken moet overdrachtsbelasting worden betaald. Voor woningen geldt in afwijking van het normale tarief van 6% een lager tarief van 2% van de waarde. Volgens de memorie van toelichting op de wetswijziging waarbij de ... Lees verder »
  • Dienstbetrekking in meerdere landen

    Dienstbetrekking in meerdere landen

    Op een werknemer, die op het grondgebied van twee of meer lidstaten van de EU zijn werkzaamheden verricht, is de wetgeving van de woonstaat van toepassing wanneer hij een deel van zijn werkzaamheden op het grondgebied van de woonstaat uitoefent. De w... Lees verder »
  • Omvang privégebruik auto

    Omvang privégebruik auto

    De bijtelling bij het inkomen voor het privégebruik van een auto van de zaak bedraagt in beginsel 25% van de cataloguswaarde van de auto. De bijtelling wordt verminderd met de vergoeding die de werknemer voor het privégebruik betaalt. Er hoeft geen... Lees verder »
  • Onderneming naast dienstbetrekking

    Onderneming naast dienstbetrekking

    Een ondernemer die in een jaar ten minste 1.225 uur besteedt aan zijn onderneming voldoet aan het urencriterium. Daarmee heeft hij recht op de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling.Een werknemer met een fulltime dienstverband kreeg in de ja... Lees verder »