Actueel

Overgangsrecht verhoogde schenkingsvrijstelling

Overgangsrecht verhoogde schenkingsvrijstelling

In de Tweede Kamer is bij de behandeling van het Belastingplan 2017 het overgangsrecht voor de verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning uitgebreid aan de orde geweest. Dat is opmerkelijk, want de verhoogde vrijstelling en het bijbehorende overgangsrecht zijn al geregeld bij het Belastingplan 2016.

Verruiming schenkingsvrijstelling

Met ingang van 2017 wordt de verhoogde vrijstelling van schenkbelasting voor schenkingen die worden besteed aan de eigen woning verruimd. Dan kan een bedrag van € 100.000 belastingvrij worden geschonken. Momenteel kan maximaal € 53.016 belastingvrij worden geschonken ten behoeve van de eigen woning. Er is voorzien in overgangsrecht, waardoor het mogelijk is om eerder onder de vrijstelling gedane schenkingen aan te vullen tot € 100.000. Dat overgangsrecht geldt echter niet in alle gevallen.

Overgangsrecht

Met ingang van 2010 geldt een extra verhoogde vrijstelling voor een schenking ten behoeve van de eigen woning. Wanneer voor het jaar 2010 een schenking is gedaan met een beroep op de toen geldende eenmalig verhoogde vrijstelling, kan de verruimde vrijstelling in 2017 worden benut. Wel wordt het bedrag van € 100.000 dan verminderd met het bedrag van de algemene verhoogde vrijstelling van € 25.449. Is echter in aanvulling op de eerdere schenking in de jaren 2010 tot en met 2016 een beroep gedaan op de extra verhoogde vrijstelling voor de eigen woning, dan is de vanaf 2017 geldende verruimde vrijstelling niet van toepassing.

Is in de jaren 2010 tot en met 2014 een beroep gedaan op de verhoogde vrijstelling voor de eigen woning, dan kan de extra verhoging niet worden benut in 2017 of daarna.

De extra verhoging kan in 2017 of in 2018 wel worden benut als in 2015 of in 2016 een beroep is gedaan op de verhoogde vrijstelling voor een schenking voor de eigen woning. De verruiming is in die gevallen beperkt tot het verschil tussen € 100.000 en de huidige verhoogde vrijstelling van € 53.016. Er kan dus in de jaren 2017 of 2018 nog € 46.984 aanvullend belastingvrij worden geschonken.

Vragen en opmerkingen

Een van de vragen, die aan de staatssecretaris van Financiën over het overgangsrecht zijn gesteld, is waarom hij niet heeft gekozen voor vermindering van de vrijstelling voor de eigen woning van € 100.000 met vóór 1 januari 2017 van dezelfde schenker ontvangen schenkingen waarop een verhoogde vrijstelling schenkbelasting is toegepast. Volgens de staatssecretaris kost dit te veel geld. Naar schatting gaat het om een bedrag van € 250 miljoen.

De staatssecretaris merkt op dat een structurele regeling waarbij de vrijstelling van schenkbelasting voor de eigen woning wordt verminderd met eerdere schenkingen onder de verhoogde vrijstelling neerkomt op een periodevrijstelling en niet langer als een eenmalige verhoogde vrijstelling is aan te merken. Als alternatief voor een uitbreiding van het overgangrecht wijst de staatssecretaris op de mogelijkheid om in een reeks van jaren gebruik te maken van de reguliere vrijstelling van ruim € 5.000 voor kinderen. Op die manier kunnen ook flinke bedragen belastingvrij geschonken worden.

De staatssecretaris voelt niets voor de suggestie om kinderen, die in 2013 of 2014 nog geen eigen woning hadden en daardoor in die jaren alleen gebruik hebben kunnen maken van de reguliere verhoogde vrijstelling, alsnog de mogelijkheid te geven om maximaal € 100.000 aan vrijstelling te kunnen benutten. Eerder heeft de staatssecretaris al opgemerkt dat het de keuze van deze kinderen is geweest om gebruik te maken van de reguliere verhoogde vrijstelling van afgerond € 25.000. Dat roept de vraag op in hoeverre de kinderen een schenking door hun ouders (hebben) kunnen sturen.

Tot slot merkt de staatssecretaris op dat de tekst van de wet bepaalt dat de schenkingsvrijstelling geldt voor iemand tussen 18 en 40 jaar. Dat wordt zodanig uitgelegd dat de vrijstelling ook nog kan worden benut voor een schenking die plaatsvindt op de veertigste verjaardag.

Overzicht:

  • Werkzaamheden in vof niet hoofdzakelijk ondersteunend

    Werkzaamheden in vof niet hoofdzakelijk ondersteunend

    Een ondernemer heeft recht op de zelfstandigenaftrek als hij in een jaar aan het urencriterium voldoet. Dat is het geval wanneer hij ten minste 1.225 uren en meer dan 50% van zijn tijd aan zijn onderneming besteedt. De tijd die een ondernemer besteed... Lees verder »
  • Weer Kamervragen over beoordeling arbeidsrelatie

    Weer Kamervragen over beoordeling arbeidsrelatie

    De onzekerheid over de uitvoering van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) blijft ook de Tweede Kamer bezighouden. Deze onzekerheid heeft geleid tot een nieuwe reeks vragen aan de staatssecretaris van Financiën. Directe aanleiding i... Lees verder »
  • Dienstbetrekking gefingeerd om uitkering te verkrijgen

    Dienstbetrekking gefingeerd om uitkering te verkrijgen

    Een arbeidsverhouding is een privaatrechtelijke dienstbetrekking wanneer is voldaan aan de volgende vereisten:er is de verplichting tot het persoonlijk verrichten van arbeid, er is een gezagsverhouding, en er is de verplichting tot het betalen van lo... Lees verder »
  • Mogelijke aanpassingen box 3

    Mogelijke aanpassingen box 3

    De staatssecretaris van Financiën heeft een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over de belastingheffing in box 3. Er is onderzocht of en in hoeverre de ombouw naar een heffing op het werkelijk behaalde rendement mogelijk is. De voorlopige conclusie... Lees verder »
  • Bezwaar maken tegen kosten NVWA

    Bezwaar maken tegen kosten NVWA

    De Raad van State heeft op verzoek van de Tweede Kamer onderzoek verricht naar de tarieven van de NVWA, welke de laatste jaren verschillende keren zijn verhoogd.De Raad van State vindt het op zich terecht dat de kosten voor vergunningen en toelatinge... Lees verder »