Actueel

Staatssecretaris verzacht overgang van VAR naar Wet DBA

Staatssecretaris verzacht overgang van VAR naar Wet DBA

De vervanging van de VAR door de Wet DBA heeft voor veel ophef gezorgd. Opdrachtgevers huren geen of veel minder zzp’ers in en zzp’ers worden geconfronteerd met minder opdrachten en teruglopende inkomsten. Om de bestaande onzekerheid weg te nemen heeft de staatssecretaris van Financiën toegezegd dat de handhaving van de wet door de Belastingdienst in ieder geval tot 1 januari 2018 wordt opgeschort. Bij de invoering van de Wet DBA was toegezegd dat het eerste jaar, dus tot 1 mei 2017, wel zou worden gecontroleerd op naleving maar niet zou worden gehandhaafd.

Invoering Wet DBA
Door de invoering van de Wet DBA is duidelijk geworden dat onder de werking van de VAR mensen buiten dienstbetrekking werkten terwijl hun arbeidsverhouding alle kenmerken had van een dienstbetrekking. Door de vrijwarende werking van de VAR had dat voor de opdrachtgever geen consequenties. In die gevallen heeft de Wet DBA zijn werk gedaan. Een onbedoelde consequentie van de Wet DBA is dat echte ondernemers niet meer worden ingehuurd, omdat opdrachtgevers bang zijn om met naheffingen en boetes geconfronteerd te worden. De Belastingdienst heeft medio oktober het Meldpunt DBA geopend. In een maand tijd zijn daar 1.800 meldingen binnen gekomen. Uit deze meldingen kan worden afgeleid dat de praktijk moeite heeft met het onderscheid tussen ondernemerschap en dienstbetrekking en dat de huidige arbeidswetgeving als knellend wordt ervaren.

Onderscheid tussen ondernemerschap en dienstbetrekking
Het verschil tussen ondernemerschap en dienstbetrekking wordt bepaald door de regels van het Burgerlijk Wetboek en de uitleg van die regels in de rechtspraak. De uitkomst van de toetsing van een arbeidsverhouding aan deze regels strookt in een aantal gevallen niet met de opvatting die opdrachtgevers en opdrachtnemers hebben van hun arbeidsverhouding.

Zo komt het voor dat een arbeidsverhouding niet als dienstbetrekking wordt aangemerkt omdat de opdrachtnemer zich kan laten vervangen door een ander zonder toestemming van de opdrachtgever. Ook komt voor dat door het bestaan van een gezagsverhouding mensen in dienstbetrekking werkzaam zijn, terwijl het gaat om professionals met een werkpraktijk die neerkomt op zelfstandige beroepsbeoefening.

In overleg met de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Veiligheid en Justitie gaat de staatssecretaris onderzoeken of de criteria “vrije vervanging” en “gezagsverhouding” aangepast moeten worden om beter aan te sluiten bij de huidige opvattingen van een arbeidsverhouding.

Knellende arbeidswetgeving
Groot knelpunt in de arbeidswetgeving is het gebrek aan flexibiliteit. Dat speelt met name in de zogenaamde flexibele schil. Opdrachtgevers werken met arbeidskrachten met wie ze geen vast dienstverband willen aangaan en die soms ook zelf geen vast dienstverband willen. Werken met tijdelijke contracten wordt bemoeilijkt door de ketenbepaling. Met de invoering van de Wet werk en zekerheid is de ketenbepaling aangepast, waardoor sneller een vast dienstverband ontstaat. De staatssecretaris is van mening dat er meer flexibiliteit binnen de arbeidswetgeving moet komen wanneer een sector daar behoefte aan heeft. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is bereid om op verzoek van de sociale partners de ketenbepaling te verruimen.

Modelovereenkomsten
De staatssecretaris gaat zorgen voor meer duidelijkheid over de vraag wanneer het nodig is om een (model)overeenkomst te gebruiken en wanneer niet. Verder bereidt hij een beleidsbesluit voor waarin wordt uitgelegd hoe de Belastingdienst omgaat met modelovereenkomsten. Bij de algemene overeenkomsten komt een bijsluiter om duidelijk te maken in welke gevallen deze kunnen worden toegepast.

Overzicht:

  • Vergoeding uitstel levering

    Vergoeding uitstel levering

    Bij de levering van een in Nederland gelegen onroerende zaak wordt overdrachtsbelasting geheven van de verkrijger. De overdrachtsbelasting wordt berekend over de waarde van de onroerende zaak, waarbij de waarde ten minste gelijk is aan de waarde van ... Lees verder »
  • Lening niet onzakelijk

    Lening niet onzakelijk

    Een geldlening tussen gelieerde partijen is onzakelijk als er geen rente kan worden bepaald waaronder een onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest deze lening te verstrekken onder dezelfde voorwaarden en omstandigheden. Indien de rente zodanig mo... Lees verder »
  • Berekening belastingrente

    Berekening belastingrente

    Bij het opleggen van een belastingaanslag kan belastingrente worden berekend. Dat kan ook wanneer een negatieve voorlopige aanslag inkomstenbelasting wordt herzien in een positieve voorlopige aanslag. In dat geval wordt belastingrente berekend over h... Lees verder »
  • Kosten keuring onderdeel scholingskosten

    Kosten keuring onderdeel scholingskosten

    De kosten voor een opleiding die iemand volgt met het oog op het verwerven van inkomen zijn aftrekbaar voor zover ze meer bedragen dan de niet aftrekbare drempel van € 500.Een piloot maakte kosten om zijn vliegbrevet te behouden. Onderdeel daarvan ... Lees verder »
  • Uitleg regeling belastingrente

    Uitleg regeling belastingrente

    De staatssecretaris van Financiën heeft Kamervragen over de belastingrente beantwoord. Door het systeem van vergoeden en in rekening brengen van belastingrente wordt minder rente vergoed door de Belastingdienst dan in rekening wordt gebracht. Er wor... Lees verder »