Actueel

Overbruggingsregeling transitievergoeding

Overbruggingsregeling transitievergoeding

Bij ontslag op initiatief van de werkgever moet hij de ontslagen werknemer een transitievergoeding betalen. De hoogte van de vergoeding is gerelateerd aan de lengte van het dienstverband. Heeft het dienstverband nog geen twee jaar geduurd, dan hoeft geen transitievergoeding te worden betaald. Kleine werkgevers kunnen onder voorwaarden een beroep doen op de overbruggingsregeling transitievergoeding. Met toepassing van de overbruggingsregeling hoeft een werkgever bij ontslag van een werknemer niet de volledige transitievergoeding te betalen maar slechts een beperkte vergoeding. Een van de voorwaarden voor de toepassing van de overbruggingsregeling was dat de werkgever in de drie boekjaren, die voorafgaan aan het boekjaar waarin de arbeidsovereenkomst van een werknemer eindigt, verlies heeft geleden. Deze voorwaarde is per 1 juli 2016 in die zin aangepast dat de referentieperiode bestaat uit de jaren die aan het jaar waarin de ontslagvergunning wordt aangevraagd voorafgaan. De overbruggingsregeling mag alleen worden toegepast nadat het UWV een daartoe strekkende verklaring heeft afgegeven. Deze verklaring is geen beschikking waartegen bezwaar en beroep openstaan.

Een werkgever verzocht in 2015 het UWV om ontslagvergunningen voor enkele personeelsleden om bedrijfseconomische redenen. De werkgever diende ook een verzoek in om de overbruggingsregeling transitievergoeding voor kleine werkgevers toe te mogen passen. Het UWV verleende toestemming om de arbeidsovereenkomsten op te zeggen, maar weigerde een verklaring voor de overbruggingsregeling af te geven omdat de werkgever niet aan de voorwaarden voldeed. Uitgaande van ontslag in 2015 bestond de referentieperiode uit de jaren 2012 tot en met 2015. In 2012 had de werkgever nog een positief resultaat behaald.

Door de arbeidsovereenkomst van een van de werknemers op te zeggen met een langere opzegtermijn dan wettelijk vereist was, viel het einde van deze overeenkomst in 2016 in plaats van in 2015. De werkgever probeerde op die manier de referentieperiode te verschuiven naar de jaren 2013 tot en met 2015 om in aanmerking te komen voor de overbruggingsregeling. Naar het oordeel van het gerechtshof was de referentieperiode daardoor inderdaad verschoven. Toch stond het gerechtshof de werkgever niet toe om de overbruggingsregeling toe te passen. De reden voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst was de slechte economische positie van de werkgever. In een dergelijke situatie is het niet redelijk om de opzegtermijn langer te maken dan strikt noodzakelijk met geen ander doel dan toepassing van de overbruggingsregeling mogelijk te maken. De werknemer had recht op betaling van de volledige transitievergoeding.

Overzicht:

  • Schadeclaims oude vakantiedagen

    Schadeclaims oude vakantiedagen

    Het Hof van Justitie EU heeft in 2009 geoordeeld dat de door Nederland gehanteerde beperkte opbouw van vakantiedagen bij langdurige ziekte in strijd is met de Europese Arbeidstijdenrichtlijn. Die beperkte opbouw hield in dat een langdurig zieke werkn... Lees verder »
  • Btw-vrijstelling watersport is niet correct

    Btw-vrijstelling watersport is niet correct

    Volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie EU is een nationale wettelijke regeling, die in afwijking van de btw-richtlijn bepaalde handelingen vrijstelt van btw, in strijd met de richtlijn. De Wet op de omzetbelasting bevat een vrijstelling voor... Lees verder »
  • Naheffing privégebruik tweede auto van de zaak

    Naheffing privégebruik tweede auto van de zaak

    Wanneer een werkgever een auto ter beschikking stelt aan een werknemer geldt de wettelijke fictie dat de terbeschikkingstelling ook betrekking heeft op gebruik voor privédoeleinden. Er moet een aan de waarde van de auto gerelateerde bijtelling bij h... Lees verder »
  • Wettelijke bedenktijd na beëindiging met wederzijds goedvinden

    Wettelijke bedenktijd na beëindiging met wederzijds goedvinden

    Een arbeidsovereenkomst kan eindigen door opzegging door een van de partijen of met wederzijds goedvinden. Beëindiging met wederzijds goedvinden moet schriftelijk worden vastgelegd, bijvoorbeeld in een beëindigingsovereenkomst. Die voorwaarde ... Lees verder »
  • Aftoppingsgrens pensioenopbouw en deeltijdwerk

    Aftoppingsgrens pensioenopbouw en deeltijdwerk

    De mogelijkheden om fiscaal vriendelijk pensioen op te bouwen zijn beperkt tot een pensioengevend loon van € 101.519 (bedrag voor 2016). Over een eventueel hoger loon kan niet met gebruikmaking van fiscale faciliteiten pensioen worden opgebouwd. Ge... Lees verder »