Actueel

Een motor als alternatief voor een auto van de zaak?

Een motor als alternatief voor een auto van de zaak?

Wie geregeld op de weg van huis naar werk of van werk naar huis in de file staat, kijkt wel eens jaloers naar de motorrijder die tussen de files doorrijdt. Zeker nu het weer beter wordt lijkt dat aantrekkelijk. Maar is het ook een alternatief voor een auto van de zaak? Tijd voor een vergelijking.

Overeenkomsten
De uitgangspunten zijn gelijk. Zowel voor de auto als voor de motor van de zaak geldt dat de afschrijving en de kosten van brandstof, onderhoud, belasting en verzekering ten laste van de winst van de zaak mogen worden gebracht. De omzetbelasting op de aanschaf, de brandstof en het onderhoud is als voorbelasting aftrekbaar. Aan het einde van het jaar moet er een correctie voor de omzetbelasting plaatsvinden voor het privégebruik.

Verschillen
Wie een auto van de zaak ter beschikking heeft, wordt geconfronteerd met een wettelijk geregelde (standaard)bijtelling bij zijn inkomen voor het privégebruik. Bij een in 2017 op naam gestelde auto gaat het doorgaans om 22% van de cataloguswaarde. Een bijtelling kan alleen worden voorkomen door aantoonbaar in een jaar niet meer dan 500 kilometer privé te rijden.
Voor een motor van de zaak geldt geen standaardbijtelling. De ondernemer of de werknemer met een motor van de zaak zal de werkelijke waarde van het privégebruik bij zijn inkomen moeten tellen.  De totale kosten en lasten van de motor worden naar rato verdeeld over de zakelijke en de privékilometers. Dat kan voordeliger zijn dan de standaard bijtelling voor een auto, maar het hoeft niet. Vanaf de eerste kilometer die privé wordt gereden is er immers een voordeel voor de motorrijder. Anders dan voor de autorijder geldt dus niet dat een privégebruik van niet meer dan 500 kilometer voor rekening van de zaak kan komen.

Voor een werknemer is de mogelijkheid om een motor van de zaak privé te rijden een vorm van loon in natura. De werkgever heeft de mogelijkheid dit als eindheffingsbestanddeel aan te wijzen en zo ten laste van de vrije ruimte voor de werkkostenregeling te brengen. Dat kan uiteraard alleen indien en voor zover er nog vrije ruimte beschikbaar is. Is die ruimte er niet, dan moet de werkgever 80% eindheffing afdragen. Het alternatief is het loon in natura op de normale wijze belasten bij de werknemer.

Voor een ondernemer vormen de kosten voor het privégebruik een onttrekking aan het vermogen van de onderneming. Die onttrekking moet worden gecorrigeerd door een bijtelling bij de winst. Wanneer de kosten van de motor uitkomen op € 0,60 per kilometer en er 5.000 kilometer privé worden gereden is de onttrekking € 3.000 (5.000 km x € 0,60). Uitgaande van een tarief van 52% inkomstenbelasting kost dit dus € 1.560.

Let op: een wettelijke verplichting om een kilometeradministratie bij te houden is er niet.

Investeringsaftrek
Waar de investering in een auto uitdrukkelijk is uitgesloten van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, geldt dat voor een motor niet. Afhankelijk van het totale investeringsbedrag van de onderneming in een jaar kan maximaal 28% van de aanschafprijs van de motor in aftrek worden gebracht op de winst. Bij investering in een elektrische scooter of motor kan daarnaast gebruik worden gemaakt van de milieu-investeringsaftrek en de willekeurige afschrijving op milieu-investeringen.
Niet alleen de kosten van de motor zelf, maar ook de kosten van bijkomende zaken als motorkleding en een helm kunnen door de zaak gedragen worden.

Conclusie
Vanuit fiscaal oogpunt is een motor van de zaak een goed alternatief. Daarmee is niet gezegd dat een motor voor iedereen of in alle gevallen een goed alternatief is voor de auto van de zaak. Er spelen immers ook andere factoren dan alleen het fiscale aspect. Denk aan de veiligheid en het risico van aansprakelijkheid van de werkgever voor schade die de werknemer oploopt of aan de tijd die is gemoeid met omkleden van motortenue naar werktenue en andersom. Voor de ondernemer, die liefhebber is van motorrijden, is het zeker een alternatief, maar voor anderen wellicht niet.

Overzicht:

  • Renteloze lening aan dga was uitdeling van winst

    Renteloze lening aan dga was uitdeling van winst

    Er is sprake van een winstuitdeling als een vennootschap een aandeelhouder als zodanig bevoordeelt en de vennootschap beschikt over winst of winstreserves of het vooruitzicht van te maken winst. De aandeelhouder en de vennootschap moeten zich bewust ... Lees verder »
  • Waardering verhuurde zaken voor erfbelasting

    Waardering verhuurde zaken voor erfbelasting

    Met ingang van 1 januari 2010 wordt voor waardebepaling voor de erfbelasting van verhuurde woningen aangesloten bij de WOZ-waarde en de leegwaarderatio. Dat is dezelfde wijze van waarderen als die geldt voor verhuurde woningen in box 3 voor de Wet IB... Lees verder »
  • Vaststelling premiepercentages en premieloon 2016

    Vaststelling premiepercentages en premieloon 2016

    De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de premiepercentages en het maximumpremieloon voor de werknemers- en de volksverzekeringen en de opslag voor de kinderopvangtoeslag voor 2016 vastgesteld.Naam PercentageBedragAOW-premie17,90... Lees verder »
  • Aanpassingen Belastingplan 2016

    Aanpassingen Belastingplan 2016

    Het Belastingplan 2016 is in november 2015 aangenomen door de Tweede Kamer. In een poging om het wetsvoorstel Belastingplan 2016 ook door de Eerste Kamer te loodsen heeft de staatssecretaris van Financiën, na overleg met de Eerste Kamer, een zogenaa... Lees verder »
  • Personeelsuitjes en de werkkostenregeling

    Personeelsuitjes en de werkkostenregeling

    Bedrijfsuitjes en belastingen: hoe zit het ook al weer?Heeft u rondom de feestdagen een bedrijfsuitje georganiseerd? Houd er dan rekening mee dat sinds 1 januari 2015 de WKR (werkkostenregeling) hierop van toepassing is. De WKR bepaalt dat werkgevers... Lees verder »