Actueel

Afzien van stamrecht leidt tot belastingheffing
Tot 1 januari 2014 was het mogelijk om de belastingheffing over een ontslagvergoeding uit te stellen door de vergoeding in de vorm van een recht op periodieke uitkeringen te gieten. In een dergelijk geval was niet de gehele vergoeding in een keer belast, maar werden de uitkeringen uit het recht belast op het moment van uitkering. Het prijsgeven van het recht op uitkering door af te zien van de uitkeringen leidt tot belastingheffing ineens over de waarde van het gehele recht.
Bij de beƫindiging van zijn dienstbetrekking in 1991 ontving een werknemer een ontslagvergoeding. Die werd in de vorm van een stamrecht ondergebracht in een bv van de werknemer. Volgens de stamrechtovereenkomst zouden de uitkeringen in 2007 ingaan bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd. In 2007 betaalde de bv een deel van de overeengekomen jaarlijkse stamrechtuitkering. Daarna deed de bv geen betalingen meer uit hoofde van de stamrechtovereenkomst. Omdat de bescheiden stamrechtuitkering uit 2007 niet is gevolgd door nadere stamrechtuitkeringen ondanks dat de werknemer daar gedurende de rest van zijn leven recht op had, oordeelde Hof Amsterdam dat de werknemer zijn aanspraak heeft prijsgegeven. Dat heeft tot gevolg dat de waarde van de aanspraak tot het loon uit vroegere dienstbetrekking moest worden gerekend. De werknemer slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij de aanspraak had prijsgegeven omdat deze niet voor verwezenlijking vatbaar was. Indien en voor zover de aanspraak niet te verwezenlijken was zou het prijsgeven daarvan niet tot belastingheffing hebben geleid.
Omdat op grond van de stamrechtovereenkomst de eerste uitkering in 2007 zou moeten worden gedaan en er in dat jaar een deel van de uitkering waarop de werknemer recht had is uitbetaald, ging het hof ervan uit dat besluit om de aanspraak prijs te geven in 2007 is genomen. Het hof was van oordeel dat de inspecteur de waarde van de stamrechtaanspraak terecht tot het inkomen uit werk en woning over het jaar 2007 van de werknemer heeft gerekend.
Overzicht:

Vrijgesteld inkomen heeft geen invloed op algemene heffingskorting
De algemene heffingskorting vermindert het bedrag aan te betalen inkomstenbelasting. Iedere belastingplichtige heeft recht op de algemene heffingskorting, met dien verstande dat deze heffingskorting daalt naarmate het belastbare inkomen uit werk en w... Lees verder »
Gedeeltelijke aftrek voorbelasting woning door plaatsing zonnepanelen op dak
Een ondernemer voor de omzetbelasting liet een woning bouwen waarop zonnepanelen werden geplaatst. Ook voor de exploitatie van de zonnepanelen was sprake van ondernemerschap voor de omzetbelasting. De omzetbelasting op de aanschaf en installatie van ... Lees verder »
Beoordeling arbeidsverhouding bestuurder met management-bv
Werknemer is de natuurlijke persoon die werkt in een privaatrechtelijke dienstbetrekking. Werknemers zijn verzekerd voor ziekte, werkloosheid en arbeidsongeschiktheid. De werkgever betaalt de premies voor de werknemersverzekeringen. Er bestaat een pr... Lees verder »
Auto van de zaak als arbeidsvoorwaarde
Volgens het Burgerlijk Wetboek mag een werkgever met een beroep op een tussen partijen geldend schriftelijk beding een arbeidsvoorwaarde van een werknemer eenzijdig wijzigen. De werkgever moet bij de wijziging van de arbeidsvoorwaarde een zwaarwegend... Lees verder »
Afwaardering vordering buitenlandse dga
Bij de emigratie van iemand, die een aanmerkelijk belang heeft in een bv, wordt een conserverende aanslag inkomstenbelasting opgelegd. Deze aanslag heeft betrekking op een fictief vervreemdingsvoordeel van de aanmerkelijkbelangaandelen. Met waardever... Lees verder »

