Actueel

Maatregelen uit regeerakkoord opgenomen in Belastingplan 2018
De staatssecretaris van Financiën heeft een nota van wijziging op het Belastingplan 2018 ingediend. In de nota van wijziging is een aantal punten uit het regeerakkoord verwerkt. Het gaat om maatregelen die per 1 januari 2018 in werking moeten treden of op 1 januari 2018 vast moeten staan om op 1 januari 2019 in werking te kunnen treden.
Heffingskortingen
Heffingskortingen worden in de regel niet uitbetaald, maar alleen verrekend met de te betalen inkomstenbelasting. Er geldt een uitzondering voor de algemene heffingskorting, de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Deze worden uitbetaald op voorwaarde dat de fiscale partner voldoende inkomen heeft. De uitbetaling van de algemene heffingskorting wordt sinds een aantal jaren afgebouwd. Nu wordt voorgesteld dat met ingang van 1 januari 2019 ook te doen met de IACK en de arbeidskorting.
Daarnaast wordt voorgesteld de ouderenkorting per 1 januari 2019 met € 160 te verhogen en deze korting geleidelijk inkomensafhankelijk af te bouwen. Nu geldt nog dat bij het overschrijden van een zeker inkomensbedrag de hoge ouderenkorting vervalt en de (veel lagere) lage ouderenkorting van toepassing. De voorgestelde afbouwregeling zorgt voor een meer geleidelijke overgang. De afbouw start bij het bedrag van het verzamelinkomen waar nu het hoge bedrag van de ouderenkorting overgaat in het lage bedrag. De afbouw bedraagt 15% van het verzamelinkomen voor zover dat hoger is dan het verzamelinkomen waarbij het afbouwtraject start.
Aanpassing box 3
Het heffingvrije vermogen wordt verhoogd naar € 30.000. Het gezamenlijke heffingvrije vermogen voor fiscale partners wordt € 60.000. De verhoging van het heffingvrije vermogen heeft tot gevolg dat meer mensen recht krijgen op toeslagen.
Het forfaitaire rendement op sparen wordt gebaseerd op actuelere rendementen. Daardoor valt dit in 2018 lager uit. Dat heeft tot gevolg dat het forfaitaire rendement in de eerste vermogensschijf 0,63% lager uitkomt op 2,4%.
Tariefschijf vennootschapsbelasting en tarief innovatiebox
Op grond van het Belastingplan 2017 zou de eerste tariefschijf in de vennootschapsbelasting worden verlengd naar € 250.000 per 1 januari 2018. In deze nota van wijziging wordt die maatregel teruggedraaid. Ook de vervolgstappen in de verlenging van de tariefschijf gaan niet door. De in het regeerakkoord aangekondigde verhoging van het effectieve tarief van de innovatiebox van 5% naar 7% is ook opgenomen in de nota van wijziging. Ook deze aanpassing moet per 1 januari 2018 worden doorgevoerd. Het Vpb-tarief wordt vanaf 2019 stapsgewijs verlaagd naar 16% (eerste schijf) en 21% (tweede schijf) in 2021.
Verhogen tabaksaccijns
De accijnstarieven van alle tabaksproducten worden met ingang van 1 januari 2018 verhoogd. Ook in de komende jaren zal de accijns op tabak stijgen.
Overzicht:

Verzuimboete
Om een verzuimboete op te leggen is voldoende dat sprake is van een verzuim. Schuld of verwijtbaarheid van de zijde van de persoon aan wie de boete wordt opgelegd is niet vereist. Alleen bij afwezigheid van alle schuld of bij een pleitbaar standpunt ... Lees verder »
Aftrek voorbelasting op kosten strategische overname
Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie EU verricht een zuivere holdingmaatschappij geen economische activiteiten voor de omzetbelasting. Dat heeft tot gevolg dat een holding geen recht heeft op aftrek van voorbelasting. Een zuivere holdin... Lees verder »
Gebruikelijk loon
De gebruikelijk-loonregeling is van toepassing op werknemers, die een aanmerkelijk belang hebben in de vennootschap waarvoor zij werken. Iemand heeft een aanmerkelijk belang in een vennootschap wanneer hij, alleen of met zijn fiscale partner:5% ... Lees verder »
Aanpak van belastingontwijking en -ontduiking
De vaste commissie voor Financiën van de Eerste Kamer heeft vragen gesteld aan de staatssecretaris over zijn brief inzake de aanpak van belastingontwijking en belastingontduiking.De eerste Europese Anti-Tax Avoidance Richtlijn (ATAD1) verplicht de l... Lees verder »
Aanzegverplichting
Bij een tijdelijk arbeidscontract voor een duur van zes maanden of langer geldt de aanzegverplichting. Deze verplichting houdt in dat de werkgever tijdig moet aangeven of hij de overeenkomst na afloop wel of niet wil voortzetten. Dit moet schriftelij... Lees verder »

