Actueel

KIA en investeringen binnen en buiten maatschapsverband

KIA en investeringen binnen en buiten maatschapsverband

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) is een regeling die is bedoeld om investeringen van relatief geringe omvang in bedrijfsmiddelen van een onderneming te stimuleren. Wanneer een onderneming onderdeel is van een samenwerkingsverband wordt voor de berekening van de toe te kennen KIA uitgegaan van het investeringsbedrag van het samenwerkingsverband. Vervolgens wordt aan ieder onderdeel van het samenwerkingsverband een deel van de berekende KIA toegerekend. Per 1 januari 2010 is de regeling gewijzigd en wordt de hoogte van de KIA niet meer uitsluitend bepaald aan de hand van een percentage van het investeringsbedrag. Er geldt een vast bedrag aan KIA voor investeringsbedragen binnen de derde schijf. Bij deze wijziging is de rekenregel voor investeringen van een samenwerkingsverband en eventuele buitenvennootschappelijke investeringen van een lid van het samenwerkingsverband niet aangepast.

Hof Den Bosch heeft onlangs moeten oordelen over het bedrag aan KIA waarop een lid van een maatschap recht had. Het totaalbedrag van de investeringen van de maatschap en in buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen van het lid van de maatschap lag tussen de in 2013 geldende grensbedragen van de derde schijf van € 55.248 en € 102.311. Op basis daarvan claimde het lid van de maatschap een bedrag aan KIA van € 15.470. Dat was gelijk aan het in de derde schijf geldende vaste bedrag. De inspecteur hanteerde een afwijkende rekenmethode. Hij deelde het bedrag aan KIA van € 15.470 door het totaal aan investeringen in vennootschappelijk en buitenvennootschappelijk vermogen van € 97.032. Dat kwam uit op 15,94% van de totale investeringen. Van de investeringen van de maatschap rekende de inspecteur 1/6 deel toe aan iedere maat. De investeringen van deze maat bedroegen in totaal € 63.268. Over dat bedrag kende de inspecteur 15,94% KIA toe. Dat kwam uit op een bedrag van € 10.085.

Volgens de inspecteur was zijn berekeningswijze juist, gelet op doel en strekking van de wet. Het hof deelde deze opvatting niet. Het hof rekende voor dat de andere leden van het samenwerkingsverband, veronderstellende dat zij geen andere investeringen hebben gedaan, ieder recht op € 1.891 aan KIA hadden (1/6 maal € 40.517 maal 28%). Het totaalbedrag aan KIA voor de overige vijf maten kwam daarmee op € 9.455. Dat bedrag opgeteld bij het bedrag aan KIA waarop de zesde maat recht had volgens de berekening van de inspecteur, zou leiden tot een hoger totaal genoten bedrag aan KIA dan het bij de totale investeringen behorende bedrag van € 15.470. Daarmee klopte de redenering van de inspecteur, dat over het totaal geïnvesteerde bedrag niet meer KIA kon worden geclaimd dan € 15.470, niet. De rekenregel, die de inspecteur hanteerde, vindt geen steun in de wettekst of in de wetsgeschiedenis.

Overzicht:

  • Aftrek fictieve personeelskosten

    Aftrek fictieve personeelskosten

    De Wet op de vennootschapsbelasting kent voor algemeen nut beogende instellingen en voor sociaal belang behartigende instellingen een bijzondere aftrekpost voor fictieve personeelskosten. Wanneer dergelijke instellingen hun winst voor ten minste 70% ... Lees verder »
  • Elektronisch deponeren jaarrekening vanaf 2016 verplicht

    Elektronisch deponeren jaarrekening vanaf 2016 verplicht

    Bij Koninklijk Besluit is vastgesteld dat de wijziging van de Handelsregisterwet 2007, het Burgerlijk Wetboek en de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen in verband met het elektronisch deponeren van de jaarrekening in het handelsregister op... Lees verder »
  • Aanpassingen minimumloon

    Aanpassingen minimumloon

    Het wettelijk minimumloon wordt vastgesteld per dag, per week of per maand. De hoogte van het minimumloon per uur hangt af van de gebruikelijke arbeidsduur per week in een sector. Voor werknemers in sectoren waar 36 uur de gebruikelijke arbeidsd... Lees verder »
  • Loondoorbetaling bij ziekte

    Loondoorbetaling bij ziekte

    De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in een brief aan de Tweede Kamer een drietal maatregelen aangekondigd om knelpunten in de loondoorbetalingsverplichting op te lossen. De maatregelen hebben betrekking op de loonsanctie bij re-int... Lees verder »
  • Lening van ouders aan zoon was onzakelijk

    Lening van ouders aan zoon was onzakelijk

    Een lening tussen gelieerde partijen is onzakelijk als de geldverstrekker daarbij een debiteurenrisico accepteert dat een derde niet zou hebben aanvaard, ook niet voor een hogere rente. De gevolgen van onzakelijkheid van een lening zijn dat een event... Lees verder »