Actueel

Beperking toepassing non-concurrentiebeding
Een detacheringsbureau in de financiële sector had in de arbeidscontracten met haar werknemers een non-concurrentiebeding opgenomen. Op grond van dat beding was het een werknemer verboden na uitdiensttreding gedurende zes maanden te werken voor concurrerende detacheerders. Op overtreding van het beding stond een boete.
Een voormalige werknemer van de detacheerder trad op 1 april 2018 in dienst bij een directe concurrent. De vroegere werkgever spande een kort geding aan om naleving van het non-concurrentiebeding af te dwingen. De voormalige werknemer werd op dat moment nog niet gedetacheerd bij een opdrachtgever.
De kantonrechter stelde vast, dat aan de formele eisen die aan een non-concurrentiebeding worden gesteld was voldaan. Het concurrentiebeding was schriftelijk overeengekomen met een meerderjarige werknemer. De werknemer werd door het non-concurrentiebeding niet onredelijk beperkt in zijn vrije arbeidskeuze, omdat het ondanks de ruime bewoordingen bedoeld was om te voorkomen dat hij bij een andere detacheerder in de financiële sector zou gaan werken. Bij de overstap naar een andere werkgever dan een dergelijke detacheerder zou de werknemer niet aan het beding worden gehouden. De kantonrechter maakte een afweging van het belang van de werkgever bij handhaving van het non-concurrentiebeding en het belang van de werknemer bij een vrije arbeidskeuze. Deze afweging viel uit in het voordeel van de werkgever. Wel vond de kantonrechter dat de werkgever onvoldoende aannemelijk had gemaakt waarom het beding gedurende zes maanden moest gelden. De kantonrechter beperkte de duur van het non-concurrentiebeding tot drie maanden, dus geldend tot en met 30 juni 2018. Omdat de kantonrechter vond dat de oude werkgever alleen in zijn belangen werd geschaad wanneer de werknemer gedetacheerd zou worden, stond hij de werknemer toe om intern werkzaam te zijn voor zijn nieuwe werkgever.
Overzicht:

Kabinetsreactie evaluatie 30%-regeling
De Wet op de loonbelasting biedt de mogelijkheid om de extra kosten die werknemers in het kader van hun dienstbetrekking maken voor tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst, de zogenaamde extraterritoriale kosten, onbelast te vergoeden. In pla... Lees verder »
Dienstverlening kinderopvangtoeslag moet verbeteren
De kinderopvangtoeslag wordt aanvankelijk als voorschot vastgesteld en uitbetaald. Ouders moeten zelf hun inkomen en het aantal uren opvang dat zij afnemen schatten. Deze schatting bepaalt de hoogte van het voorschot. Pas wanneer de werkelijke inkome... Lees verder »
Vrijstelling sollicitatieplicht oudere werklozen
Om recht te hebben op een WW-uitkering is een werkloze verplicht om te solliciteren. Er geldt een vrijstelling van de sollicitatieplicht voor uitkeringsgerechtigden die op de eerste dag van hun werkloosheid minder dan één jaar van het recht op... Lees verder »
Aanpassing 30%-regeling aangekondigd
Voor uit het buitenland afkomstige werknemers geldt onder voorwaarden een gunstige fiscale regeling. Deze zogenaamde 30%-regeling houdt in dat werkgevers tot 30% van de bruto beloning als een belastingvrije vergoeding kunnen betalen aan buitenlandse ... Lees verder »
Vergoeding reiskosten aan mantelzorgers
Onder voorwaarden zijn uitgaven voor specifieke zorgkosten aftrekbaar. In de Wet IB 2001 wordt omschreven welke categorieën van uitgaven aftrekbaar kunnen zijn. Het gaat onder meer om de kosten van extra gezinshulp. Voor aftrekbaarheid is vereist da... Lees verder »

