Actueel

Maatregelen omzetbelasting
Laag tarief
In het regeerakkoord was al aangekondigd dat het kabinet het lage btw-tarief wil verhogen van 6 naar 9%. Deze maatregel is opgenomen in het Belastingplan 2019 en past in het streven van ket kabinet om de belasting op arbeid te verlagen en de belasting op consumptie te verhogen. Er komt geen aanvullende wetgeving voor de overgangssituaties rondom de tariefswijziging.
Sportvrijstelling
De sportvrijstelling in de omzetbelasting wordt gewijzigd als gevolg van uitspraken van het Hof van Justitie van de EU. Deze verruiming heeft tot gevolg dat het in veel gevallen niet meer mogelijk is om sportaccommodaties btw-belast te exploiteren. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport komt met een subsidieregeling voor de ontwikkeling, het onderhoud en de instandhouding van sportaccommodaties voor sportverenigingen en gemeenten. Deze subsidieregeling wordt gefinancierd uit de opbrengsten van de voorgestelde wijziging van de sportvrijstelling. Bij toepassing van de vrijstelling vervalt het recht op aftrek van voorbelasting.
Kleineondernemersregeling
De omzetbelasting kent een bijzondere regeling voor kleine ondernemers, de KOR. De huidige regeling geldt alleen voor natuurlijke personen, die na aftrek van voorbelasting niet meer dan € 1.883 aan btw verschuldigd zijn. Zij hebben recht op een vermindering van de te betalen btw ter grootte van de verschuldigde btw tot een maximum van € 1.345. De ondernemer, die op basis van deze regeling geen btw verschuldigd is, kan de inspecteur verzoeken om ontheffing van administratieve en factureringsverplichtingen. De ondernemer vermeldt dan geen btw op zijn facturen en heeft geen recht op aftrek van voorbelasting.
Het kabinet stelt voor om de KOR om te zetten in een omzetgerelateerde vrijstellingsregeling van omzetbelasting. De nieuwe KOR kent een omzetgrens van € 20.000 en geldt voor alle kleine ondernemers, ongeacht de rechtsvorm. Het gaat om de omzet van in Nederland belastbare leveringen en diensten, ongeacht het tarief en ongeacht verlegging van de heffing naar de afnemer. De nieuwe regeling treedt op 1 januari 2020 in werking.
Ondernemers die voor toepassing van de nieuwe KOR kiezen, hoeven geen btw-aangifte te doen en zijn vrijgesteld van administratieve verplichtingen met betrekking tot verrichte leveringen en diensten in Nederland. Wel gelden administratieve verplichtingen en kan de KOR-ondernemer btw-aangifte moeten doen als de heffing van btw naar hem is verlegd. Net als de huidige KOR geldt de nieuwe KOR alleen voor in Nederland gevestigde ondernemers of vaste inrichtingen. De nieuwe KOR geldt niet voor de levering van onroerende zaken die door de ondernemer in zijn bedrijf zijn gebruikt. Wanneer een ondernemer, die gebruik maakt van de nieuwe KOR in een kalenderjaar boven de omzetgrens uitkomt, voldoet hij niet meer aan de voorwaarden en is vanaf dat moment de vrijstelling niet meer van toepassing. Dat betekent dat de normale btw-regels gelden en dat de ondernemer verplicht is om btw-aangifte te doen.
De keuze om de nieuwe KOR toe te passen geldt in beginsel voor onbepaalde tijd. De ondernemer kan de vrijstelling opzeggen nadat hij deze ten minste drie jaar heeft toegepast. Na opzegging duurt het drie jaar voordat de ondernemer in aanmerking komt voor hernieuwde toepassing van de vrijstelling. Een ondernemer die verwacht in 2020 de omzetgrens van € 20.000 niet te overschrijden en die de vrijstellingsregeling wil toepassen moet deze keuze meedelen op de door de inspecteur voorgeschreven wijze. Dat kan vanaf 1 juni 2019. Voor toepassing van de vrijstelling vanaf 1 januari 2020 moet de ondernemer zijn keuze uiterlijk op 20 november 2019 hebben gemeld.
Er komt een overgangsregeling voor ondernemers die onder de huidige KOR zijn ontheven van administratieve verplichtingen en voor de afwikkeling van de periode tot 1 januari 2020.
Overzicht:

Ketenregeling arbeidsrecht
De ketenregeling in het arbeidsrecht houdt in dat van rechtswege een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat na meer dan drie opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd of na opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor een totale duur... Lees verder »
Kwalificatie eigen woning
Vermogensbestanddelen van een particulier vallen in beginsel in box 3 van de inkomstenbelasting. Er geldt een uitzondering voor de eigen woning. Deze valt in box 1. De inkomsten uit de eigen woning bestaan uit een percentage van de WOZ-waarde van de ... Lees verder »
Project hinderbeperking grootschalige wegwerkzaamheden
De Wet IB 2001 kent een vrijstelling voor vergoedingen die bij grootschalige wegwerkzaamheden worden betaald aan verkeersdeelnemers om de hinder te beperken. De vrijstelling geldt voor deelnemers aan een project hinderbeperking gedurende maximaal twa... Lees verder »
Dijkpercelen in het GLB en de Meststoffenwet
Dijken (waterkeringen) tellen niet zonder meer mee voor de Meststoffenwet en de uitbetaling van betalingsrechten. Vanaf dit jaar tellen primaire waterkeringen niet meer volledig mee voor de Meststoffenwet.Primaire waterkeringenPrimaire waterkeringen ... Lees verder »
Fosfaatrechten komen toe aan opfokker
De rechtbank heeft onlangs in een zaak tussen een melkveehouder en jongvee-opfokker geoordeeld dat de fosfaatrechten geheel toekomen aan de opfokker. De melkveehouder had zijn jongvee tussen maart 2015 en maart 2017 laten opfokken door de jongvee-opf... Lees verder »

