Actueel

Onterecht opgelegde loonsanctie
Wanneer een werknemer arbeidsongeschikt is heeft de werkgever de verplichting om het loon door te betalen. Die verplichting geldt gedurende de eerste twee jaren van de arbeidsongeschiktheid. De werkgever moet tijdens de arbeidsongeschiktheid van een werknemer de re-integratie van de werknemer in het arbeidsproces bevorderen. Doet de werkgever dat onvoldoende dan kan het UWV hem als straf een verlenging van de loondoorbetalingsverplichting opleggen. Deze loonsanctie geldt voor een periode van een jaar.
Een werkgever bestreed de aan hem opgelegde loonsanctie omdat hij van mening was dat hij voldoende inspanningen had verricht om de werknemer te re-integreren. De werkgever baseerde zich op een op zijn verzoek door het UWV gegeven deskundigenoordeel, waarin een arbeidsdeskundige op basis van rapporten van de bedrijfsarts de verrichte re-integratie-inspanningen voldoende vond. Ook was er een later rapport van een arbeidsdeskundige en een sociaal-medisch advies waarin de maximale belastbaarheid van de werknemer op zestien uur per week werd gesteld. De werkgever had de werknemer voor dat aantal uren herplaatst in een andere functie.
Volgens de Centrale Raad van Beroep mag een werkgever in beginsel uitgaan van de juistheid van een deskundigenoordeel waarin zijn re-integratieinspanningen als voldoende zijn aangemerkt. De opmerking in het rapport dat het oordeel is gebaseerd op door de bedrijfsarts van de werkgever vastgestelde beperkingen van de werknemer is niet een duidelijk voorbehoud op grond waarvan de werkgever er rekening mee had moeten houden dat zijn inspanningen bij een latere beoordeling als onvoldoende zouden kunnen worden aangemerkt. De Centrale Raad van Beroep was van oordeel dat in dit geval ten onrechte een loonsanctie was opgelegd.
Overzicht:

Kamerbrief spoedreparatie fiscale eenheid
De staatssecretaris van Financiën heeft vragen van de vaste commissie voor Financiën van de Eerste Kamer beantwoord over de aangekondigde spoedreparatie met betrekking tot het regime van de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting. De maatregel... Lees verder »
Geleidelijke afbouw verrekening algemene heffingskorting
Belastingplichtigen hebben recht op de algemene heffingskorting in de inkomstenbelasting. Belastingplichtigen zonder inkomen hebben slechts recht op uitbetaling voor zover zij een partner hebben die voldoende inkomen heeft om ook de heffingskorting v... Lees verder »
Uitzondering partnerschap ex-pleegkind
Voor de Wet IB 2001 en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) kan een kind jonger dan 27 jaar niet de partner zijn van zijn ouder. Een pleegkind geldt als een kind, op voorwaarde dat het wordt opgevoed en onderhouden als een eigen kin... Lees verder »
Gevolgen einde dienstverband voor leasecontract
Werkgevers, die aan werknemers een auto ter beschikking stellen, hanteren vaak gebruikersovereenkomsten waarin de rechten en verplichtingen worden vastgelegd van de werknemer. Het is niet ongebruikelijk om in een dergelijke overeenkomst een regeling ... Lees verder »
Fictieve erfrechtelijke verkrijgingen
De Successiewet bevat een aantal fictiebepalingen. Een van deze bepalingen merkt alles wat iemand ten koste van het vermogen van de erflater heeft verkregen aan als een erfrechtelijke verkrijging wanneer de erflater tot aan zijn overlijden daarvan he... Lees verder »

